Over KIK

Over KIK

Lopende onderzoeken van het departement Documentatie


Het oeuvre van de laatmiddeleeuwse beeldsnijder ‘Meester van Elsloo' in Belgisch bezit: kunsthistorisch en materiaaltechnisch onderzoek in een internationaal perspectief - Promotor: Christina Ceulemans

Project in het kader van de onderzoeksactie Stimulering van het onderzoek in de federale wetenschappelijke instellingen (Actie 1) - 2010-2011


Het onderzoek betreft de materiaaltechnische en kunsthistorische studie van het oeuvre van de laatmiddeleeuwse beeldsnijder de Meester van Elsloo. Aan weinig laatmiddeleeuwse beeldsnijders wordt een dergelijk omvangrijk oeuvre toegeschreven als aan deze meester wiens noodnaam is afgeleid van een Sint-Anna te Drieën in de Sint-Augustinuskerk van Elsloo, een beeld dat in de negentiende eeuw nog deel uitmaakte van de inventaris van de Munsterkerk in Roermond. Van de inmiddels bijna 200 ‘Elsloo-werken' bevindt zich een 70-tal in België, voornamelijk in de provincie Limburg. De overige zijn verspreid over Nederland en Duitsland in het gebied dat tegenwoordig als de Euregio Maas-Rijn wordt omschreven. Ook in belangrijke buitenlandse musea worden werken van de Meester van Elsloo bewaard.

Het onderzoek in het kader van een groots opgezet internationaal ‘drieluikproject' (België, Nederland, Duitsland) streeft ernaar om het Elsloo-oeuvre in kaart te brengen. Het KIK is met zijn fotografische inventaris en expertise in deze materie de aangewezen instelling om het Belgische luik uit te werken. Door middel van kunsthistorisch, materiaaltechnisch en archivalisch onderzoek wordt gepoogd een beter zicht te krijgen op de productie van de meester, zijn atelier en aanverwante ateliers. Een belangrijke meerwaarde wordt verwacht van het dendrochronologisch onderzoek.


De resultaten zullen bekend worden gemaakt op een  internationaal colloquium in samenwerking met de partners uit België, Nederland en Duitsland (herfst 2011), en in een onderzoekstentoonstelling op initiatief van het Bonnefantenmuseum te Maastricht (herfst 2012).


Het project verloopt onder leiding van Christina Ceulemans, departementhoofd Documentatie. Medewerkers zijn Vincent Cattersel en Emmanuelle Mercier (materiaaltechnisch onderzoek), Pascale Fraiture (dendrochronologisch onderzoek), Jana Sanyova (laboratoriumanalyse polychromie), Jean-Luc Elias (fotografie) en Famke Peters (kunsthistorisch onderzoek). Peter te Poel, Conservator sculptuur en kunstnijverheid voor 1850 in het Bonnefantenmuseum Maastricht, is de initiatiefnemer van de tentoonstelling en neemt het onderzoek van de beelden op Nederlands grondgebied op zich. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met Arnold Truyen van de Stichting Restauratie Atelier Limburg. Partners in Duitsland zijn de Fachhochschule Köln (Ulrike Bergmann), het LVR-LandesMuseum Bonn (Katharina Liebetrau) en het LVR-Amt für Denkmalpflege im Rheinland in Brauweiler (Marc Peez). Prof. Michel Lefftz (Facultés universitaires Notre-Dame de la Paix de Namur ) en prof. Leo De Ren (Katholieke Universiteit Leuven) maken deel uit van het wetenschappelijk begeleidingscomité.

 



Vlaamse miniaturen
- Dominique Vanwijnsberghe - Medewerking aan de tentoonstelling Vlaamse miniaturen, georganiseerd door en voorgesteld in de Koninklijke Bibliotheek van België (31/09 - 31/12/2011) en de Bibliothèque nationale de France (27/03 - 01/07/2012).

De vijftiende eeuw, Gouden Eeuw van de Vlaamse miniatuur, vormt een keerpunt in de geschiedenis van het handschrift. De Bourgondische Eeuw was getuige van een ongekende bloei van de miniatuurkunst, de schilderkunst in het boek, in de oude Zuidelijke Nederlanden. Van het begin van de regering van Jan Zonder Vrees (1404) tot de dood van Maria van Bourgondië (1482) werkten rijke steden als Brugge, Gent, Brussel, Valenciennes, Rijsel of Doornik zich op tot echte kweekvijvers van kopiisten, boekbinders en miniaturisten in een productie van uitzonderlijke kwaliteit.

Als geëngageerd mecenas en belezen bibliofiel gaf de Grote Hertog van het Westen, Filips de Goede, derde erfgenaam van Bourgondië van het huis Valois, een beslissende stimulans aan de kunsten van het boek in al hun vormen. Hij deed een beroep op de beste verluchters om tegemoet te komen aan zijn smaak voor weelderigheid en tegelijk zijn politieke verzuchtingen te rechtvaardigen. Onder zijn bewind verwierf de ‘letter' zijn adelbrieven. Ook Filips' zoon, Karel de Stoute, was dol op teksten uit de klassieke oudheid en zette de zoektocht naar Schoonheid voort. In hun spoor plaatsten niet alleen de hertogelijke familie en de leden van de Orde van het Gulden Vlies, maar ook ridders, geestelijken en de stedelijke bourgeoisie bestellingen bij talentrijke verluchters zoals Lieven Van Lathem, Simon Marmion, Willem Vrelant, Jehan Le Tavernier of de Meester van Wavrin, in die tijd even vertrouwde namen als Rogier Van der Weyden, Hans Memling of de Robert Campin dat vandaag nog zijn. Gerenommeerde kunstenaars die haast onvermoeibaar werkten aan de illustratie van kronieken, heldendichten, ridderromans, jachttraktaten of devotieteksten en zo echte topstukken van onze culturele erfenis schiepen waarvan de kunstzinnige kwaliteit enkel door hun zeldzaamheid geëvenaard wordt. Nooit tevoren had de miniatuurkunst dergelijke toppen bereikt. De expositie Vlaamse Miniaturen wil dit alles tentoon spreiden.

In het kader van de catalogus heb ik samen met Erik Verroken de persoonlijkheid en het oeuvre geherinterpreteerd van twee voorname ambachtslieden uit de jaren 1420-1460 die werkzaam waren langs de spil die wordt gevormd door de Maas: de Meester van Guillebert de Mets en Jean Le Tavernier.

De reflectie rond Le Tavernier wordt vervolgd in een lezing op het colloquium New Perspectives on Flemish Illumination (Brussel, KBR, 16-18 november 2011), een initiatief van de KBR met de medewerking van het KIK en Illuminare. Studiecentrum voor Middeleeuwse Kunst (K.U. Leuven). 

x004161_r_400

Meester van Guillebert de Mets, Gerechtigheid, geflankeerd door Informatie en Barmhartigheid, miniatuur uit Christine de Pizan, Epistel van Othea. - Brussel, KBR, ms. 9559-9564. KIK negatiefnr. X004161.


 
"Ung bon ouvrier nommé Marquet Caussin". De boekverluchting in Henegouwen voor Simon Marmion
- Dominique Vanwijnsberghe - Project uitgevoerd in het kader van een Actieprogramma 4 (steun aan de opleiding en de bijscholing van de statutaire personeelsleden van de instelling op het gebied van het wetenschappelijk onderzoek). Verbonden aan de afdeling liturgische en verluchte manuscripten van het Institut de Recherche et d'Histoire des Textes (IRHT/CNRS, Parijs/Orleans) in 2009.

In de vijftiende-eeuwse Henegouwse archieven vindt men talrijke verwijzingen naar schilders, beeldhouwers, boekverluchters, glasmakers en andere ambachtslieden, wiens productie na de vele politieke onrusten die dit grensgebied teisterden echter volledig lijkt te zijn verdwenen. Alleen de beeldhouwkunst en de boekverluchting ontsnappen ietwat aan deze jammerlijke vaststelling. Beide zijn echter disciplines die een zeer geringe bekendheid genieten en bijgevolg op weinig erkenning en studie kunnen rekenen. Toch mag men niet denken dat Henegouwen een cultureel braakland was en dat de in de archieven vermelde kunstenaars louter decorateurs of tweederangs ambachtslui zouden betreffen. Het huidige project wil een volledig hoofdstuk van de geschiedenis van de boekverluchting in Henegouwen reconstrueren, vertrekkende van een gedocumenteerd kunstenaar waarvan een manuscript kon worden geauthentificeerd.

We hebben immers het geluk gehad om een manuscript terug te vinden dat werd verlucht door de - wellicht - belangrijkste Henegouwse miniaturist van het tweede kwart van de vijftiende eeuw: Marc Caussin uit Valenciennes. Het gaat om een tweedelig missaal dat wordt bewaard te Cambrai en waarvan we de betaling aan Caussin hebben teruggevonden, samen met een haast codicologische beschrijving van beide delen. Dit rijpe werk, uitgevoerd in 1455-1456, heeft vervolgens geleid tot de toeschrijving aan de boekverluchter van maar liefst een vijftiental andere handschriften, met als onbetwist meesterwerk het uitmuntende getijdenboek voor het kapittel van de dames nobles van Maubeuge, vandaag in een privé-verzameling.

Caussin was niet alleen actief in het zuiden van Henegouwen. Hij werkte ook samen met Bergense ambachtslui aan de Chroniques martiniennes die wordt bewaard te Brussel. Vermeldingen in rekeningen leren ons bovendien dat deze boekverluchter werkte voor de benedictijnerabdij van Saint-Denis-en-Broqueroie, ten noorden van Bergen. Hij maakte getijdenboeken voor Doornik en voor Kamerijk en trad op als tussenpersoon voor Jean le Robert, abt van Saint-Aubert de Cambrai, die hem belastte met een reis naar Brugge voor de aankoop van een incunabel.

Naast het belang van het vijftiental aan Caussin toegeschreven manuscripten voor het connaisseurschap, toont de studie tevens interesse voor het sociaal-economische aanzien van een relatief goed gedocumenteerde ambachtsman; tot op heden werden immers meer dan veertig documenten teruggevonden die naar hem verwijzen. In veel gevallen gaat het om de aankoop en verkoop van rentes op gronden en gebouwen, die een vrij precies idee geven van het grondbezit van een vermogend ambachstman. Ook zijn clientèle getuigt van een zeker succes, vermits hij werkt voor belangrijke Henegouwse religieuze instellingen en voor leden van de Henegouwse adel (de Croys), tot zelfs de uitvoering van miniaturen die Filips de Goede zou toevoegen aan de befaamde Grandes Heures van zijn grootvader Filips de Stoute.

De monografie die de vrucht is van dit project werd in april 2011 voorgesteld in het kader van een Habilitation à Diriger des Recherches (HDR) aan de Université de Lille 3 (promotor: prof. dr. Christian Heck; juryleden: prof. dr. Fabienne Joubert (Paris 4), prof. dr. Anne-Marie Legaré (Lille 3), prof. dr. John Lowden (Courtauld Institute of Art), dr. Patricia Stirnemann (IRHT) en prof. dr. Jan Van der Stock (K.U. Leuven)).

Deze studie zal het onderwerp vormen van een publicatie, in samenwerking met em. prof. dr.  James Marrow van Princeton University.

y011240_r
Marc Caussin, Valkenier, miniatuur uit een getijdenboek. - Private collectie. KIK negatiefnr. Y011240.


 

Barockmalerei an Maas und Mosel. Louis Counet und die Lütticher Malerschule - Pierre-Yves Kairis -
Deelname aan het onderzoeksproject gecoördineerd door het Stadtmuseum Simeonstift van Trier - 2008-2009.


Studie van het geschilderde oeuvre van Louis Counet (1652-1721), een schilder afkomstig van Luik die na een verblijf in Rome vroeg is uitgeweken naar Trier. Deze kunstenaar was tot op heden bij kunsthistorici zo goed als ongekend, hoewel hij zich ontpopt had tot de belangrijkste schilder van de stad van Constantijn vóór de barokperiode. Deze studie is erop gericht om de schilder enerzijds opnieuw een plaats te geven in de Luikse context, en anderzijds in de Trierse context. Ze zal uitmonden in een monografie ter begeleiding van de tentoonstelling die plaatsvindt in het Stadtmuseum Simeonstift van 25 september 2009 tot 28 februari 2010.

x023470_std_400
Louis Counet, Maagd van de Onbevlekte Ontvangenis met het Kind dat de slang verplettert, Eupen, Kerk van de Onbevlekte Ontvangenis. Foto nr. X023470.


De Luikse schilder Bertholet Flémal (1614-1675) - Pierre-Yves Kairis - 2008-2012.

In het kader van de publicatie van een belangrijke monografie over de belangrijkste schilder in de stijl van Poussin in het gebied van de Nederlanden en het Prinsbisdom Luik, wordt een onderzoek gevoerd om de beredeneerde catalogus van zijn geschilderde en getekende œuvre te vervolledigen.

kn9940_std_400
Bertholet Flémal, Scène de magie, ca. 1645, München, Bayerische Staatsgemäldesammlungen. Foto nr. KN9940

 


Ernst van Beieren (1581-1612) en zijn tijd - Pierre-Yves Kairis.
Deelname aan een onderzoeksproject gecoördineerd door het Centre d'Histoire des Sciences et des Techniques van de Université de Liège - 2009-2012.

In het kader van het vierde eeuwfeest van de dood van de prins-bisschop van Luik en prins-aartsbisschop van Keulen Ernst van Beieren, wordt een monografie voorbereid rond de persoon en zijn tijd. Het hoofdstuk gewijd aan de schilderkunst werd toevertrouwd aan het KIK. Het zal dieper ingaan op een weinig gekende periode die zich ontspon tussen de werkzaamheden van Lambert Lombard, de hoofdfiguur van de Luikse renaissance, en Gérard Douffet, de caravaggeske schilder die de Luikse schilderkunst in de jaren 1620 vernieuwde. 

kn10890_std_400
Pierre Furnius, Tenhemelopneming van Maria, omstreeks 1601-1610, Luik, Sint-Niklaaskerk. Foto nr. KN10890.

 


 

Studie van de werken van Pieter Bruegel de Oude en Pieter Brueghel de Jonge. Publicatie in voorbereiding – Christina Currie (KIK) – Voortzetting van de doctoraatsthesis Technical Study of Paintings by Pieter Brueghel the Younger in Belgian Public Collections (onder promotorschap van professor Dominique Allart, Université de Liège, 2003) – 2003-2010


Een selectie werken van Pieter Bruegel de Oude en zijn oudste zoon werden onderzocht met behulp van methodes van wetenschappelijke beeldvorming, in het bijzonder infraroodreflectografie en radiografie. De confrontatie van de resultaten heeft het mogelijk gemaakt om de verschillende stadia van uitvoering te onderscheiden en te karakteriseren, te weten de preparatie, de imprimatura, de ondertekening en de picturale laag. De vervaardiging van kopieën van de contouren op ware schaal heeft onder meer toegelaten om werken met eenzelfde compositie gemakkelijker te kunnen vergelijken teneinde te ontwaren of men bij de reproductie al dan niet gebruik maakte van cartons. In de gevallen waarbij de datering problemen opleverde werden dendrochronologische analyses uitgevoerd door Pascale Fraiture (KIK).


Voor elk van beide kunstenaars werden verschillende composities grondig bestudeerd: de Volkstelling te Bethlehem, het Winterlandschap met de vogelknip, de Voorspraak van Johannes de Doper en de Aanbidding der Wijzen. Een bijzonder interessante ontdekking volgt uit de studie van de Strijd tussen Carnaval en Vasten van Brueghel de Jonge. Deze laatste zou daadwerkelijk een voorbereidend carton van de hand van Brueghel de Oude gebruikt hebben.


Deze onderzoeken zullen het onderwerp worden van een publicatie in de reeks Scientia Artis, in samenwerking met Dominique Allart. De publicatie is gepland voor 2010.

image002_400_10
Het kopiëren van de omtreklijnen op een PVC-film.


De rol van de Dienst voor Belgische Documentatie en van het Laboratorium van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in het veiligstellen van het artistieke erfgoed van België: inventaris en synthese van de historische archieven van het KIK van 1938 tot 1948 – Christophe Piron – Copromotors: Marie-Christine Claes en Dominique Vanwijnsberghe

Project in het kader van de onderzoekactie Stimulering van het onderzoek in de federale wetenschappelijke instellingen - 2009-2010

 

Het oude archief van het KIK, een erfenis van de Dienst voor Belgische Documentatie van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis waaruit het Instituut later is gegroeid, is ingevolge zijn strikt administratieve klasseringssysteem steeds moeilijk toegankelijk geweest. De toegenomen patrimoniumwaarde maakt het thans noodzakelijk om het archief beter te ontsluiten. Ons project neemt de inventarisatie van de documenten uit de tien jaren voorafgaand aan de oprichting van het KIK in 1948 voor zijn rekening en omvat tevens een plan voor digitalisering en een veilige archivering van de data. Niet toevallig vallen de oorlogsjaren, een bepalend hoofdstuk in de voorgeschiedenis van het KIK, binnen de geviseerde periode.

 

Enerzijds stellen we de revelatie van een heel aantal waardevolle gegevens in het vooruitzicht. Zo gaan er in het archief mogelijk interne nota’s en briefwisseling schuil die de belangrijke rol van Paul Coremans, hoofd  van de Dienst voor Belgische Documentatie en de latere eerste directeur van het Instituut, verder kunnen ophelderen. We zijn tevens geïnteresseerd in informatie over de documentaire fotocampagne die tijdens de oorlog werd ingericht en 165000 negatieven opleverde, evenals in nadere gegevens omtrent de inhoud en datering van andere fotografische fondsen die in dezelfde periode werden aangekocht. Verdere aandachtspunten zijn de door de oorlog gemotiveerde documentatie en opslag van kunstwerken in stedelijke depots, gegevens over een inventarisatie van de door de bezetter opgeëiste klokken, de recuperatie van naar Duitsland overgebrachte kunstwerken en tenslotte de beschermende maatregelen zoals het uitnemen en documenteren van glasramen. Niet in het minst kan het archief bovendien significante gegevens bevatten over belangrijke kunstwerken en de ingrepen die ze hebben ondergaan.

 

Anderzijds moet de nieuwe informatie die door deze inventaris ontsloten zal worden toelaten om binnen het project een eerste historische synthese samen te stellen over de onmiddelijke voorlopers van de drie departementen van het KIK en over hun rol in de documentatie en bescherming van het erfgoed tijdens de oorlogsjaren. Uiteindelijk moet dit de aanloop vormen naar een geschiedkundige publicatie over het ontstaan en de oprichting van het Instituut, de rol die het heeft gespeeld in de conservatiepolitiek van het Belgische erfgoed en de charismatische figuur van Coremans.

 image001_400_03
Brussel, Voorhaven, depot van de Belgische klokken, zomer 1943. Foto nr. E5418. 



Wetenschappelijk onderzoek van de pre-Eyckiaanse paneelschilderkunst – Cyriel Stroo (promotor en editor), Dominique Vanwijnsberghe (co-promotor); Dominique Deneffe, Famke Peters, Wim Fremout e.a. (auteurs) – KIK en Studiecentrum voor de vijftiende-eeuwse Schilderkunst in de Zuidelijke Nederlanden en het Prinsbisdom Luik
Project gerealiseerd met de steun van het Fonds Courtin-Bouché beheerd door de Koning Boudewijnstichting en van het Richard Zondervan Trust – begin 2003-einde 2010


Alle ogen zijn hier gericht op de schilderkunst op paneel die het werk van de Vlaamse Primitieven direct voorafgaat, op het einde van de 14de en het begin van de 15de eeuw. Deze multi-disciplinaire studie maakt gebruik van de bekende invalshoeken van de kunstwetenschap, maar doet ook beroep op technisch onderzoek en laboratoriumanalyses. Naast de klassieke beeldanalyse steunt de interpretatie op macro-opnames, röntgenfoto’s, infraroodfotografie en –reflectografie, dendrochronologische gegevens en laboratoriumanalyses van pigmenten en bindmiddelen. Tijdens de voorbije zes jaar werden tien objecten uit Belgische verzamelingen gedocumenteerd en gepubliceerd. De resulterende uitgave bevat tevens een volume met bijdragen van experts van binnen en buiten het KIK die diverse aspecten van de kunst omstreeks 1400 in kaart brengen.


De schaarse restanten van de paneelschilderkunst uit deze periode vallen op door hun grote diversiteit in aard, functie en bestemming.Het gaat om reliekschrijnen, retabels of devotionele schilderijen in de vorm van een zelfstandig paneel, een tondo, een diptiek, triptiek of quadriptiek. Het ene stuk was een prestigieuze opdracht van het hof, het andere had een meer bescheiden bestemming binnen een religieuze gemeenschap of voor een devote particulier. Het hele spectrum van het artistieke kunnen komt in deze kunst tot uiting, van het rudimentaire tot het sublieme.


In het Laboratorium schilderkunst en gepolychromeerde sculptuur werden de tien geselecteerde objecten onderzocht met behulp van de modernste niet-invasieve en microdestructieve methoden. Daarbij werd de opbouw van de verflagen evenals hun samenstelling - zowel voor wat betreft de pigmenten als de bindmiddelen - en functie bestudeerd. Het resultaat is een extensieve beschrijving van een eenvoudige schildertechniek met duidelijke verschillen tussen de diverse werken. Hierbij maakte men gebruik van een ruim palet aan pigmenten. In enkele gevallen experimenteerde men met oliegedragen verven en emulsies, waar de latere Vlaamse Primitieven wereldfaam mee maakten.


Het Laboratorium voor dendrochronologie illustreerde het grote belang van de jaarringendatering voor de studie van de pre-Eyckiaanse schilderkunst. Onafhankelijk van de beperkte kunsthistorische inzichten bestaan er voor deze oude werken immers weinig chronologische criteria. De dendrochronologische dateringen hebben het mogelijk gemaakt om bepaalde toeschrijvingen te formuleren, anderen te preciseren of de overtuigingen van kunsthistorici te bevestigen.


Publicatie:
Dominique Deneffe, Famke Peters, Wim Fremout e.a., Pre-Eyckian Panel Painting in the Low Countries, red. Cyriel Stroo, 2 delen, Brussel, 2009.

 



België in de Europese avant-garde, de Europese avant-garde in België. Anarchisme in de Belgische kunst van 1850 tot 1940
- Erik Buelinckx - Doctoraatsthesis - KIK en Vrije Universiteit Brussel - Promotor: Prof. Dr. Hans De Wolf (VUB)
Project in het kader van de stage van wetenschappelijk assistent 1/05/2008-25/02/2010

Bij onderzoek naar de (ver)banden tussen Belgische kunstenaars en de anarchistische beweging of het anarchistische gedachtegoed blijkt dat het merendeel van de kunstenaars uit de officiële canon van de Belgische kunstgeschiedenis van 1850 tot 1940 (en later) in meer of mindere mate kan vermeld worden. Na het verzamelen van alle informatie hieromtrent zal er nagegaan worden in hoeverre anarchistische filosofie, ideologie of gevoelens een rol hebben gespeeld bij het tot stand komen van hun oeuvre. Als afsluitend deel worden er een aantal anarchistische theorieën rond kunst belicht, die meestal niet of nauwelijks bekend zijn maar toch hun plaats verdienen in de esthetica van de tweede helft van de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw.



De Zuid-Nederlandse publieke groepsportretten 1500-1800. Iconografische, typologische en sociologische analyse
- Beatrijs Wolters van der Wey - Doctoraal onderzoek - KIK en KULeuven - Promotor: Prof. Dr. Katlijne Van der Stighelen (KULeuven) - Copromotor: Prof. Dr. Rudi Ekkart (RKD Den Haag)
Project in het kader van de onderzoekactie Stimulering van het onderzoek in de federale wetenschappelijke instellingen - 1/10/2007-30/09/2011


Na opsporing in binnen- en buitenland, zijn een 150-tal publieke groepsportretten verzameld die tussen 1500 en 1800 in de Zuidelijke Nederlanden tot stand kwamen. Ze zullen in een catalogue raisonné op materieel, iconografisch en contextueel vlak nauwkeurig worden beschreven. Op basis van deze catalogus zal dan worden getracht een genuanceerd ‘verhaal’ te reconstrueren van het Zuid-Nederlandse publieke groepsportret. De volgende aspecten kunnen aan bod komen: de typologie (aandacht voor de verschillende types, hun ontstaan en evolutie) in samenhang met de functie, de socio-economische context van de opdrachtgevende groepen, de keuze van de kunstenaar, een vergelijking met de eigentijdse groepsportretten in het Noorden. Dankzij de samenwerking met het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium kunnen een aantal schilderijen ook fotografisch en materieel-technisch beter gedocumenteerd worden.

image002_400_04

Peter Thijs, Voorlegging van de stichtingsakte van de Academie voor Schone Kunsten aan David Teniers (?), 1664, foto nr. X018530.


Inventaris van behangpapier in het Brussels Hoofdstedelijk gewest en glossarium van termen inzake behangpapier – Marie-Christine Claes – KIK en Dienst Monumenten en Landschappen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Project gefinancierd door de Dienst Monumenten en Landschappen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest – 2006 – ?

 

Sinds 2006 is er in het kader van de studie en de conservatie van historische monumenten een hechte samenwerking ontstaan met de Dienst Monumenten en Landschappen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het project richt zich in het bijzonder tot de conservatie-restauratie en de studie van behangpapier, een domein dat door kunsthistorici al te lang is verwaarloosd. Enerzijds wordt er gewerkt aan een inventaris (materiële en iconografische beschrijvingen) van behangpapier bewaard in openbare of private instituten of ontdekt op werven, die online ontsloten zal worden ten dienste van kunsthistorici, conservators-restauratoren en patrimoniumbeheerders. Anderzijds zal een glossarium met geëigende termen inzake behangpapier – productie, typologie, bevestiging, iconografie, stijlen, artiesten en werkplaatsen – een interessante complement vormen voor de studie van de interieurdecoratie. Elke term zal geïllustreerd worden. Ook dit glossarium zal, vergezeld door een bibliografie, online verschijnen.

image002_03
Borduur van behangpapier toegeschreven aan de Parijse werkplaats Réveillon, omstreeks 1789,
afkomstig
van een werkterrein van het KIK in het Hôtel Dewez te Brussel.