Opdracht van het KIK
De opdracht van het KIK werd bepaald bij de oprichting in juni 1948. De laatste aanpassing (K.B. van 24 juli 2008) verscheen in het Belgisch Staatsblad op 06 augustus 2008.
Artikel 1
Het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium is een federale wetenschappelijke instelling die ressorteert onder de Minister tot wiens bevoegdheid het Wetenschapsbeleid behoort.
Artikel 2
De opdrachten van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium bestaan uit het wetenschappelijk onderzoek en de conservering van de goederen van het nationaal patrimonium.
Artikel 3
§ 1. Deze opdrachten worden verwezenlijkt :
- door het samenstellen van een inventaris van de werken op fotografische of numerieke drager;
- door het beheer van de documentaire, wetenschappelijke en technische gegevens in verband met het kunstpatrimonium;
- door de valorisatie en de verspreiding op nationaal en internationaal vlak van de wetenschappelijke gegevens
- door onderzoek over de Belgische kunst, de materialen en technieken gebruikt in de kunst en de kunstnijverheden;
- door de controle op en de ontwikkeling van conserveringsmaterialen en -technieken;
- door het behoud en de behandeling van het bezit en door de ondersteuning van initiatieven die in dit verband genomen worden;
- door de actieve deelname aan nationale en internationale wetenschappelijke projecten en bijeenkomsten.
§ 2. In het kader van de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in § 1, kan het Instituut op verzoek van een in België gedomicilieerde natuurlijke persoon of rechtspersoon de staat van conservering van een of meerdere goederen gratis of tegen vergoeding vaststellen.
Tijdens een van die vaststellingen en in geval van gevaar of overmacht waardoor de conservering van een of meerdere elementen van het nationaal patrimonium op losse schroeven kan worden gezet, is het Instituut gemachtigd om gratis of tegen een specifieke vergoeding elke nuttige handeling te verrichten.
Het bevoegde beheersorgaan wordt geregeld op de hoogte gesteld van de situaties als bedoeld in het tweede lid en van de verrichte handelingen.
Artikel 4
Het Koninklijk Instituut voor Kunstpatrimonium moet een digitaliseringsplan opstellen dat tezelfdertijd betrekking heeft op de samenstellende delen van het patrimonium, te weten de digitalisering van de collecties, de documenten en de databanken, en de informatie-systemen met betrekking tot het patrimonium door de ontwikkeling van de elektronische informatie on line en off line.
Artikel 5
Het Instituut houdt een register bij van de verslagen van de conservering en de analyses opgesteld door zijn personeelsleden of zijn externe van buitenaf. Hij stelt de voorwaarden vast voor de raadpleging ervan en informeert het publiek hierover.
Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium