Wetenschappelijke beeldvorming in het KIK: een lange traditie


De aanwending van wetenschappelijk onderzoek op kunstwerken is niet nieuw in het KIK vermits de pionier van deze techniek niemand anders is dan Paul Coremans, stichter van het Instituut. Zijn publicatie L'Agneau mystique au laboratoire. Examen et traitement (Les Primitifs flamands, III, Contributions à l'étude des Primitifs flamands, 2, 1953) gericht op de studie en de conservatie van de bekende polyptiek van Jan Van Eyck, bewaard in de Sint-Baafskathedraal in Gent, heeft navolgers gevonden en heeft de studie van kunstwerken in België en elders sterk beïnvloed. Het retabel van Van Eyck werd niet alleen stilistisch en iconografisch onderzocht maar er werd ook technisch en materiaalonderzoek uitgevoerd. Coremans beschouwde dit laatste aspect niet als een gewoon interessant onderzoek maar hij legde de nadruk op het belang van een technische analyse alvorens met een conservatie-retauratiebehandeling te starten. De technische onderzoeken aangewend op het retabel van Van Eyck in 1951 bestonden al uit de radiografie, de infraroodfotografie, de fotografie onder scherend licht, de macrofotografie, de fotografie onder ultraviolet fluorescentie, de studie met de binoculaire microscoop en de analyse van monsters.


Onder de directie van Coremans werd de radiografie een essentiële stap in het onderzoek en de studie van kunstwerken. Talrijke buitengewoon belangrijke werken werden geregistreerd dankzij deze methode en dit op uiteenlopende gebieden zoals de schilderkunst, de polychrome houten beeldhouwkunst, de metalen en het textiel. Hierbij komen twee meesterwerken van Rubens voor: een Kruisafneming en een Kruisverheffing, bewaard in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Antwerpen, de Nachtwacht van Rembrandt in het Rijksmuseum en ook de Hemelvaart van Maria van Rubens. Het reliekschrijn van Onze-Lieve-Vrouw bewaard in de collegiale kerk van Hoei en de Vieux Bon Dieu van Tancrémont, een Maas-Rijnlands polychroom houten beeld van duizend jaar oud bewaard in de kapel van Tancrémont, werden eveneens geregistreerd net als de Maagd met Kind uit de eerste helft van de vijftiende eeuw bewaard in de Sint-Nicolaaskerk in Drogenbos.

scl11388dchssehuy_400_02De methode gebaseerd op het gebruik van een zilverhoudende film is in de loop der tijd totaal dezelfde gebleven, hoewel de stratiradiografie (die uiterst gevaarlijk bleek te zijn voor de operator en dus nu niet meer gebruikt wordt), de stereoradiografie en de groot formaat radiografie vonden ingang in de jaren zestig-zeventig.


Net als de radiografie werd ook de infraroodbeeldvorming reeds vroeg in het Instituut aangewend in het kader van de studie van onderliggende tekeningen, compositiewijzigingen en de conservatiestaat van de schilderijen. Gedurende vele jaren werd de infraroodfotografie gebruikt, dankzij een infraroodfilm verkrijgt men beelden met hoge resolutie die een veld dekken van 700 à 900 nm in het elektromagnetisch spectrum. Eén van de eerste voorbeelden voor het gebruik van deze methode voor de studie van de technieken na het retabel van Van Eyck, was De gerechtigheid van keizer Otto van Dirk Bouts, bewaard in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België. Infrarooddetails van het schilderij werden in 1958, in het eerste Bulletin van het Instituut gepubliceerd.

In 1985 werd de infraroodfotografie aangevuld met de infraroodreflectografie die dankzij het gebruik van een camera met vidiconbuis het veld van het elektromagnetisch spectrum verbreedt tot ongeveer 2,2 μ. De vidicon staat toe de onderliggende tekeningen door een breder veld pigmenten waar te nemen dan vroeger. In 1999 werd hij vervangen door een thermische camera met platinasilicide (PtSi) die een veld van 1,1 à 2,5 μ dekt en betere geometrische eigenschappen, een breder tintengamma en ook een scherper beeld vertoont. In 2011 verwierft het Instituut een thermische camera met een hogere resolutie en een Ethernet interface, voorzien van een indium gallium arsenide sensor (InGaAs), sinds enkele jaren de nieuwe standaard in infraroodreflectografie.