Cel kunsthistorisch onderzoek en inventaris > Ornamenta Sacra


Ornamenta sacra. Iconologische studie van het liturgische erfgoed uit de Zuidelijke Nederlanden (1400-1700)


Coördinator: Prof. dr. Ralph Dekoninck (Université Catholique de Louvain, Louvain-la-Neuve, Group for Early-Modern Cultural Analysis (Gemca), Louvain-la-Neuve

Promotor 1: Prof. dr. Barbara Baert, Katholieke Universiteit Leuven, Iconology Research Group (IRG) / Illuminare
Promotor 2: Dr. Marie-Christine Claes (KIK)
Medewerkers: Dr. Caroline Heering, postdoc (UCL), drs. Emmanuel Joly (KIK), dra. Soetkin Vanhauwaert (KU Leuven), dra. Wendy Wauters (KU Leuven)

Project gefinancierd door het Federaal Wetenschapsbeleid (BELSPO) in het kader van BRAIN-BE

Oktober 2017 – september 2020



 

Het doel van dit collectieve project met onderzoekers uit diverse instellingen (KIK, UCL, KU Leuven) is om een iconologische en antropologische studie uit te voeren van het laatmiddeleeuwse en vroegmoderne liturgische erfgoed van de Zuidelijke Nederlanden (1400-1700), in die periode gekend als ornamenta sacra. Het richt zich op verschillende soorten objecten – vervaardigd van een veelheid aan materialen en technieken (zoals kelken, monstransen, wierookvaten, altaarvazen, kandelaars, kazuifels…) – die fundamenteel zijn voor de ritus en een centrale plaats bekleden in de religieuze kunst uit het verleden. We zullen de herkomst, de aard (materieel, technisch, stilistisch, iconografisch…) en de evolutie van deze productie onderzoeken om een beter begrip te krijgen van zijn religieuze, sociale en artistieke belang in een tijd die werd gekenmerkt door diepgaande liturgische transformaties en religieuze conflicten en hervormingen.

Vanuit dit opzicht is de focus op de Zuidelijke Nederlanden zeer toepasselijk. Gezien zijn ligging in een religieus en cultureel grensgebied lijkt deze streek immers een interessant uitkijkpunt om de wijzigende relaties tussen kunst en liturgie te observeren. Dit spatiotemporele kader zal ons in staat stellen om te achterhalen in welke mate de veranderende normen (vooral na het Concilie van Trente en de daaropvolgende Romanisering van de liturgie), maar ook het politicoreligieuze tumult (zoals de Beeldenstorm van 1566), hun stempel hebben gedrukt op de liturgische praktijken.

De historische antropologie van het zichtbare, het voelbare en het rituele zal ons een methodologisch kader verschaffen om de materiële en symbolische aard, maar ook de ruimtelijke en rituele context van deze objecten tegen het licht te houden. Zo wordt een nieuwe analyse geboden van hun vormen en functies. We zullen ook een originele methodologie ontwikkelen om de banden (in termen van herkomst, typologie of chronologie) te retraceren tussen objecten die deel uitmaken van liturgische sets, die vandaag vaak zijn ontmanteld en verspreid zijn geraakt over verschillende collecties (musea, privécollecties, kerkschatten…).


Online bronnen voor onderzoeks-, sourcing en valorisatiestrategieën

Het hoofddoel van dit project is om de aandacht te vestigen op dit bedreigde of verwaarloosde cultureel erfgoed door nieuwe online bronnen te ontwikkelen op de website van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK). Die zullen zowel dienen ter ondersteuning van het onderzoek van het team, als een efficiënt instrument vormen voor een ruimere nationale of internationale gemeenschap die begaan is met het begrip, het behoud en de valorisatie van deze objecten die doorgaans simpelweg worden geklasseerd als decoratieve kunsten. Het project zal bijdragen aan de promotie en kennis van dit rijke erfgoed, zal leiden tot een verbetering van het digitale databeheer en helpen bij het valoriseren van ons federaal fotografisch erfgoed.


Ornamenta
en decorum

In de lijn van enkele nieuwe trends in het kunsthistorisch onderzoek naar de relaties tussen kunst en religie zouden we de complexe en veranderlijke status, functies en aanwending van deze objecten onder de loep willen nemen. Aangezien ze zijn bestemd als hulpmiddel bij de liturgie, zijn ze nauw gebonden aan een rituele context. We moeten dus hun performatieve kracht onderzoeken, die sterk gebonden is aan hun esthetische dimensie. Deze liturgische objecten zijn immers niet alleen doeltreffend omwille van hun beoogde functie, maar ook omwille van hun materiële, symbolische en artistieke waarden. Hoewel deze twee centrale dimensies – het esthetische en het functionele – traditioneel werden beschouwd als antithesen, moeten hun intrinsieke interacties worden herbekeken met een speciale focus op de kwestie van het decorum, te weten de geschiktheid van de vorm voor de functie.    


Zintuigen en ervaring

Deze benadering van de rol van ornamenten in hun relatie tot de esthetische waarde en liturgische functies van de bestudeerde objecten leidt tot een overdenking van de interacties tussen roering en ontroering. We zullen putten uit recente studies van de geschiedenis van de zintuigen en van het zintuiglijke om een nieuw licht te werpen op de synesthetische ervaring die teweeg wordt gebracht door de ornamenta sacra. Een deel van de studie zal dus focussen op hun verschillende functies in de ervaring van het sensorium: zien, horen, voelen, ruiken en proeven. We zullen aantonen hoe de verschillende media doorheen deze zintuigen efficiënt zijn verstrengeld met het publiek en het rituele. 

Contact: marie-christine.claes@kikirpa.be