Labo monumenten > Petit-Spiennes


Balans van de klimaatevolutie van de neolithische mijnen van Petit-Spiennes


.



De archeologische site van de neolithische mijnen van Spiennes, in 2000 door UNESCO erkend als werelderfgoed van de mensheid, is een van de oudste en grootste prehistorische ontginningen van silex in Europa. Om het grote publiek de kans te bieden om dit uitzonderlijke erfgoed te ontdekken en om een vlottere toegang te bieden tot de mijngangen, die acht meter onder de grond liggen, werd er op de mijnen van Petit-Spiennes een interpretatiecentrum gebouwd, het SILEX’S. De mijnen, die tussen 1953 en 2010 werden uitgegraven door de Société de recherche préhistorique en Hainaut (SRPH), bestaan uit zo’n 100m2 aan ondergrondse ontginningen uitgegraven in het krijt in het late Campanien. SILEX’S werd geopend in april 2015 ter gelegenheid van de evenementen in het kader van Bergen 2015 – Culturele hoofdstad van Europa. Tussen 2011 en 2016 werden de klimaatomstandigheden in de mijnen sterk verstoord door de interventies met betrekking tot de bouw van het interpretatiecentrum (voltooid half 2014) en geleide bezoeken van de mijnen vanaf april 2015. Op vraag van de Service Public de Wallonie (SPW/DGO4), die is belast met de conservatie van de archeologische site, heeft het KIK een studie uitgevoerd om de klimaatomstandigheden van de mijnen in kaart te brengen en de schommelingen te interpreteren, om zo de omgevingsparameters te bepalen die compatibel zijn met het behoud van de ondergrondse site én met de bezoeken die er worden georganiseerd. Het Laboratoire de Recherche des Monuments Historiques (LRMH, Frankrijk) stond in voor de microbiologische opvolging van de mijnen dankzij een samenwerkingsovereenkomst met het KIK.

De globale temperatuursevolutie van de mijnen tussen 2012 en 2015, opgesteld op basis van gegevens afkomstig van de SPW, toont afhankelijk van de plaats een stijging tussen de 1 en 2°C. Die is het gevolg van een zeer sterke afname tijdens de winter van de reeds aanwezige natuurlijke ventilatie die de gemiddelde jaartemperatuur sterk beïnvloedde. Het feit dat de gemiddelde temperatuur zich in 2014 en 2015 leek te stabiliseren rond de 11°C, lijkt erop te wijzen dat er zich een nieuw evenwicht aan het vormen is. Als gevolg van de grotere afscherming van de mijnen heeft de luchttemperatuur immers van nature de neiging om zich af te stemmen op de temperatuur van het krijtmassief dat, vanwege zijn lokalisering in de capillaire zone van het freatisch vlak, relatief dicht ligt bij de watertemperatuur van het vlak (11°C). De relatieve luchtvochtigheid blijft steeds tussen 95 en 100%. De balans van de klimatologische evolutie in de loop van de twee laatste jaren (augustus 2014-juli 2015 en augustus 2015-juli 2016), opgemaakt op basis van opmetingen uitgevoerd door het KIK, toont duidelijk een temperatuurstijging tussen 0,6°, in de meest afgelegen zone, en 1,1°C in de zone het dichts bij de toegang. Deze stijging kan worden toegeschreven aan de geleide bezoeken (afgifte van lichaamswarmte en ademhaling van de bezoekers, warmte van de verlichting en eventuele inwerkingstelling van de kunstmatige ventilatie). Hoewel deze stijging grotendeels kan worden verklaard door de geleide bezoeken, is het ook mogelijk dat ze in de hand werd gewerkt door het effect van twee opeenvolgende warme jaren (2014 en 2015) sinds de bouw van het interpretatiecentrum.