Vuistregels bij het conserveren, tentoonstellen en onderhouden van glas

Chantal Fontaine   


 
Materiaal
 

De specifieke aantrekkingskracht van een glazen voorwerp houdt verband met de glasachtige eigenschappen ervan: glans, transparantie, hardheid, compactheid, klankrijkheid… maar ook fragiliteit. Glas is een synthesemateriaal, samengesteld uit verschillende elementen: hoofdzakelijk een verglazingselement (silicium), een smeltmiddel (soda en/of potas, en/of lood) en een stabilisator (kalk). Glas is geen inerte materie. De glasachtige toestand is dus afhankelijk van een evenwicht, dat op elk moment kan verbroken worden. Glas wordt snel aangetast door chemische transformaties die min of meer diep ingrijpen op de structuur van het materiaal. De specifieke kwaliteiten van glas lijden hier zichtbaar onder.

 
Oorzaken van aantasting  
 

Er zijn veel factoren die glas kunnen aantasten. Sommige zijn inherent aan het materiaal zelf: een onevenwicht in de proporties van de ingrediënten, de aard van het smeltmiddel (potas is gevoeliger voor water dan soda), onvolledige menging bij een te lage fusietemperatuur, aanwezigheid van onzuiverheden, te snelle afkoeling bij uitgloeiing… Andere factoren hebben te maken met de omgeving, met name met de specifieke bewaringscondities van het glas: een onaangepaste vochtigheidsgraad, micro-organismen en gas in de lucht of in de grond, de aard van de bodem waar een glas ingegraven zit (een basisch milieu is agressiever dan een zuur milieu, aangezien het siliciumskelet van glas erdoor aangetast wordt), fotochemische effecten van ultraviolette stralen van de zon of tl-buizen, hevige warmte...


klikt u op de foto's
om meer te leren !

De meest verraderlijke en gevaarlijke factor voor glas is water en vocht in het algemeen. Alle historische glazen zijn hier gevoelig aan, aangezien ze alle in meer of mindere mate waterabsorberend zijn. Aan hun oppervlakte vormt zich een uiterst dun laagje water dat erg goed vastkleeft, en dat een dikte van een tiende millimeter kan krijgen. Het hoofdbestanddeel van glas, silicium, wordt niet rechtstreeks aangetast door water op kamertemperatuur, maar het smeltmiddel en zelfs de stabilisator ontbinden wel onder invloed van dit water of het vochtige laagje rondom het glas.

 
Herkenning van de aantasting (schade)

1. Gebroken glas ? (fragmentatie)
ABij het constateren van de schade kan men best eerst - vóór iets aan te raken - de situatie vastleggen, aan de hand van een foto van de scherven op de plaats van het ongeluk. Bij glasbreuk moeten alle fragmenten zorgvuldig verzameld worden, ook de allerkleinste. Het eindresultaat van een complexe verlijming is namelijk erg afhankelijk van de zorg die besteed werd aan het verzamelen van de fragmenten (zie Interventies 1).

2. Goudachtige of weerspiegelende film ? (irisering)
Een geïriseerd glas is eenvoudig te detecteren. Het glasoppervlak is in het geval van irisering bedekt met fijne gouden, meestal fragiele schubben met meerkleurige reflecties. Wees waakzaam: deze iriseringen wijzen erop dat een ontbindingsproces van het glas zich laag per laag heeft ingezet. Elke manipulatie (ontstoffen, reinigen) brengt materiaalverlies teweeg, vooral wanneer het om een vergevorderd stadium van irisering gaat. Doe een beroep op een specialist, want een geïriseerd glas moet allereerst een consolidatiebehandeling van de oppervlakte ondergaan, en dit in een aangepaste omgeving. De iriseringslaag mag in geen geval verwijderd worden door afschuren of afkrabben, wat het glas zou doen schilferen. Een geïriseerd glas dat behandeld werd, moet regelmatig gecontroleerd worden. De conservator moet op zijn hoede zijn bij sporen van fijne schilfers aan de voet van het glas.

 

3. Troebel, gevlekt, bruingeworden glas (opaak worden)
Het opaak worden van glas vertaalt zich in het verlies van transparantie. Zoals bij irisering signaleert dit verschijnsel een onomkeerbare aantasting. Deze aantasting kan meer of minder uitgesproken zijn, en zich in verschillende vormen manifesteren: een witte of grijze sluier, bruinachtige oppervlakkige plekjes of vlekken, een algemene bruine kleur doorheen de hele dikte van het glas, totaal verlies van de glasachtige toestand met radicale kleurverandering, algehele verbruining.

Deze aantasting transformeert glas in de diepte, en aangetaste zones worden fragiel. Het uitzicht aan de oppervlakte kan bedrieglijk zijn, vooral bij glazen uit opgravingen. Een bruingeworden glas dat uit de aarde gehaald wordt, kan aan een glad en glanzend uitzicht hebben, terwijl het doorgaans volledig gekristalliseerd is in de massa, en poreus en extreem bros geworden is. Dit fenomeen is eigen aan middeleeuws glas met potas als smeltmiddel. Bij opgravingen moeten specifieke maatregelen genomen worden om het glas dat in de bodem zit te redden (zie Interventies 1).

Opaak geworden glas moet altijd goed in het oog gehouden worden, en krijgt best een behandeling door een specialist die de fragiliteitsgraad kan bepalen en de gepaste interventies uitvoeren.

 

4. Kleine druppeltjes op het oppervlak? (transpiratie)
Het glasoppervlak is bedekt met kleine druppeltjes, die naar beneden kunnen vloeien. Glas dat "transpireert" of "weent" is hygroscopisch en instabiel. In een vochtige atmosfeer kan het glas transparant blijven, maar bij het drogen wordt het troebel, opaak en bros. Een specifieke behandeling moet uitgevoerd worden door een restaurator. Een wenend glas moet altijd in een zeer droge omgeving bewaard worden. Voorzie een geklimatiseerde vitrine met een lage vochtigheidsgraad (zie Omgeving). Transpiratie tast vooral, maar niet uitsluitend, glazen aan van de tweede helft van de 17de eeuw, met een onevenwicht in de bestanddelen, zoals een tekort aan een stabilisator (kalk).

 

5. Glas met haarscheurtjes ? (crizzling)
Bepaalde glazen met een samenstelling die deze van transpirerend glas benadert, vertonen een netwerk van haarscheurtjes of microfissuren. Deze fijne scheurtjes uiten zich als ongeordende plaatjes doorheen de hele dikte van het glas. In een vochtige atmosfeer zijn ze niet zichtbaar, maar in een droge atmosfeer zijn ze eenvoudig op te sporen. Glas dat lijdt aan crizzling moet absoluut geïsoleerd worden en bewaard worden in een droge en stabiele atmosfeer, aangezien de aantasting het voorwerp op termijn dreigt te vernietigen (zie Omgeving).

6. Roosachtig, geelachtig of amberkleurig glas? : verdachte kleuren! (solarisatie)
Lichtstralen kunnen de kleur van bepaalde gemicrofissureerde of "crizzled" glazen wijzigen. Het betreft hier een fotochemisch proces, veroorzaakt door ultraviolette stralen (van de zon of van tl-buizen). In dit proces kleurt ontkleurd glas met mangaandioxide roos, glas met arseen geel, en glas met selenium amberkleurig. Gesolariseerd glas is dus dubbel fragiel! Vermijd blootstelling aan daglicht in de buurt van een raam. Bewaar het bij voorkeur in het halfdonker, of breng anti-UV-materiaal aan op vensters of vitrines (zie omgeving).).

 

7. Vervormd , opaak of zwart geworden glas (verbrand glas)
Onder invloed van het effect van een hevig vuur, tijdens brand bijvoorbeeld, kan het uitzicht en de structuur van het glas wijzigingen ondergaan. Het wordt week en vervormt en kan ook van kleur veranderen. Als slechte geleider weerstaat het moeilijk aan thermische schokken (interne spanningen) Verbrande glazen worden dus fragiel. Toch kan er aan sommige toestanden verholpen worden door middel van een specifieke reiniging en versteviging.

Bij opgravingen is een verbrand glas soms onherkenbaar verminkt. Toch dienen de vondsten zorgvuldig onderzocht en bewaard te worden omdat zij interessante informatie kunnen bevatten (resten van grisaille op glasramen, overblijfselen van emaildecors in holle glazen, aanwijzingen betreffende begrafenisriten enz.).

 

 
Interventies

 

 

1. Recupératie van de fragmenten
Fotografeer eerst, alvorens in te grijpen, de staat van de breuk in de vitrine, en geef dit document aan de restaurateur: hij kan er in de toekomst informatie uit halen. Verzamel alle fragmenten, tel ze. Verzamel ze per grootte en wikkel ze in zuurvrij papier, of bewaar ze in plastic zakken van polyethyleen. Vermijd onderlinge botsingen van de scherven: hierdoor kunnen de boorden afbrokkelen. Bewaar de fragmenten tot aan de restauratie in een droge omgeving.

Op een opgravingsterrein is eveneens voorzichtigheid geboden. Op het eerste zicht kan een opgegraven glas gezond lijken, terwijl het in realiteit vaak erg aangetast is. De aantasting is niet meteen zichtbaar doordat het glas vochtig is, of doordat vocht het voorwerp een voorlopige cohesie biedt. Bovendien vormt een opgravingsterrein niet de beste omgeving om de recuperatie van alle fragmenten te verzekeren. Alles bij elkaar ziet men dus beter af van het vrijleggen van een glas in situ. Wanneer men het glas met de aardkluit waarin het gevonden werd volledig naar het atelier verplaatst, bestaat er een grotere kans om meer fragmenten te verzamelen. De hele aardkluit wordt voor de verplaatsing best ingepakt in een hermetische verpakking met behoud van de vochtigheidsgraad, om zo het overleven van het glas tot in het restauratieatelier te verzekeren. Indien u er niet aan denkt het glas in de nabije toekomst te laten restaureren bewaar het dan op een koele plaats, in een koelkast bijvoorbeeld, om de ontwikkeling en verschijning van mos, zwammen en bacteriën tegen te gaan. Wacht toch liefst niet te lang om het aan een specialist toe te vertrouwen. Wanneer dit niet mogelijk is dient u de aardkluit met een schimmelwerend middel te besproeien (2,5% formol in water).

 

 

2. Reiniging - onderhoud
Alvorens aan een reiniging te beginnen is het absoluut noodzakelijk aantastingen op te sporen en de fragiliteitsgraad vast te stellen; dit geldt zowel voor glas in een museum als voor glas van een opgraving. Het voortbestaan van het glas staat hierbij op het spel.

Een historisch glas dat intact en volkomen gezond is, kan gereinigd worden met leidingwater met behulp van een wattentampon en een zachte borstel; vervolgens spoelen en snel drogen met absorberend papier. En mengeling van water-aceton (1/1) is aan te raden voor reiniging. Deze mengeling heeft het voordeel te ontvetten en het drogen te versnellen. Commerciële detergenten, ammoniak, azijn, soda enz. … zijn absoluut te verbieden.

Indien het glas geëmailleerd is, controleer dan eerst of het email nog goed vastzit. Wanneer het loskomt, raadpleeg dan een specialist die het terug kan vastzetten. Controleer vooraf ook discreet (met behulp van een vochtig wattenstaafje) of het niet om een koudverf gaat. In dat geval mag voor de reiniging geen water gebruikt worden.

Wees beducht voor onregelmatige zwarte vlekken die zich verspreiden over het oppervlak van oude spiegels in vertind glas en dit meestal vanaf de rand naar het midden toe. Ze ontstaan op plaatsen waar door het loskomen van het tin geen weerspiegeling meer mogelijk is : door het vervluchtigen van het kwikzilver is een leemte tussen het glas en het tinblad ontstaan. Doe beroep op een specialist om deze zones te hechten voordat ze volledig loskomen van het glas en afschilferen.

Het reinigen van een oude luchter, een kandelaar of een armblaker is een ingewikkelde en zeer delicate operatie omwille van de vermenging van elementen in metaal en glas. Wees voorzichtig: in het merendeel van de gevallen zijn de armen slecht verankerd in de bekers en zijn de hechtingen van de druipschaaltjes, versieringen en hangers verzwakt. Het glas zelf kan aangetast zijn en haarscheurtjes bevatten. Ga daarom met uw luchter naar een ervaren restaurateur die u de juiste raad kan geven.Lange tijd bestond de herstelling van deze objecten uit de vervanging van versleten onderdelen. Vandaag bestaan er alternatieve methodes dankzij een meer efficiënte verlijming en discrete verstevigingsmiddelen.

Hoe dan ook, indien het glas aangetast is, vertrouw de reiniging dan toe aan een specialist. In elk geval mag een droog en opaak geworden glas nooit met water gereinigd worden.

Overigens mag men een glas uit een opgraving niet zomaar laten drogen: het water vormt tijdelijk precies de cohesiefactor van het glas. Wanneer het verdampt zonder vervangen te zijn door een echt consolideringsmiddel, dreigt het glas uiteen te vallen. Contacteer snel een specialist en laat aan hem de zorg over om de graad van aantasting van het glas dat vers uit de bodem komt te bepalen; in afwachting van zijn komst is het aangeraden het glas liefst op een koele plaats in een hermetische verpakking vochtig te houden (zie Interventies 1.).

In geen enkel geval mag een oud glas opgewarmd worden (risico op ontglazing), noch overdekt worden met een vernis (risico op het opsluiten van de vochtigheid). Gebruik geen schuurpasta of ruwe spons voor de vaatwas: deze reinigingsmethoden zouden de glans van het glas wegnemen.

Tenzij in het geval van het verwijderen van een oudere verlijming, en onder bepaalde omstandigheden, mag een gerestaureerd, gelijmd of geconsolideerd glas nooit gereinigd worden door onderdompeling in water, aceton of een ander oplosmiddel. Oude verlijmingen komen hierdoor namelijk los, waardoor het glas zou kunnen uiteenvallen. Het ontstoffen met een zachte borstel of een doek met elektrostatisch effect kan voor de reiniging volstaan.

 

3. Verlijming
Tegenwoordig zijn verlijmingen, uitgevoerd door specialisten, haast ontzichtbaar en de technieken gebruikt bij de wedersamenstelling laten toe een groot aantal fragmenten (honderden!) terug hun juiste plaats te geven. Enkel een specialist kan beoordelen welk product en welke procedure het best aangewend worden in functie van de toestand van het glas.

Doe zelf geen poging om glas te verlijmen: het ongedaan maken van slechte verlijmingen is erg vervelend en neemt veel tijd in beslag. Bovendien is een dergelijke operatie sowieso riskant voor aangetast glas. In elk geval is dierlijke lijm absoluut te vermijden, want deze krimpt fel bij het drogen en kan zo kleine stukjes glas meetrekken.

Het afgruizen, soms toegepast op hol glas met de bedoeling het verlijmen te vergemakkelijken, is een achterhaalde techniek: de integriteit van het glas wordt erdoor aangetast, en het glas blijft onherroepelijk verminkt. Vermijd ook het samenbrengen van stukjes glas met plakband. Van geïriseerd glas zou dit hele schilfers kunnen losrukken en zo de onderliggende oppervlakten fragiel maken. Ook op gezonde glazen zal plakband na verloop van tijd minuscule glaspartikeltjes losmaken, wat sporen nalaat op het oppervlak.

Een fragment kan, indien nodig, eventueel voorlopig vastgezet worden met een reversibele lijm, van het commerciële type "alleslijmer" (polyvinylacetaat of acrylacetaat in een organisch oplosmiddel). Dit type lijm is evenwel af te raden voor het verlijmen van zware, overhangende stukken. Lijm op basis van PVC (polyvinylchloride) is hier evenmin aan te raden, omdat deze zure dampen verspreidt. .

 
Omgeving :
bewaringscondities 
  

Glas moet bewaard worden in een droge en stabiele atmosfeer. Een temperatuur van 18 tot 20° en een relatieve vochtigheidsgraad van minder dan 55 % is aan te raden. Glas met haarscheurtjes, "transpirerend" glas en gesolariseerd glas vereisen evenwel een zeer droge omgeving. Breng deze fragiele glazen samen in een geklimatiseerde vitrine op 18° met een constante vochtigheidsgraad van 40 ° ( vanaf 42 % relatieve vochtigheid wordt potassiumcarbonaat namelijk vochtaantrekkend, en wordt de ontbinding van het glas verder gezet.)

Bruuske temperatuurschommelingen (door inval van zonnestralen, of door lichtspots) garanderen geen goede bewaring. Op gerestaureerde glazen kan hun uitwerking zelfs catastrofaal zijn, omdat harsen voor verlijming, versteviging of herstelling andere uitzettingscoëfficiënten hebben dan het glas zelf. Deze harsen zullen bij temperatuurschommelingen niet enkel sneller vergelen, maar ook hun doeltreffendheid verliezen.

De lichtintensiteit bij tentoonstelling van glas mag niet hoger zijn dan 150 lux. Een gesolariseerd glas (dat verkleurd is) wordt best niet aan UV-stralen van meer dan 75 microwatt/lumen blootgesteld. Voorzie daarom eventueel een anti-UV-bescherming op de vensters of bewaar het glas in het halfdonker. Gezonde, niet verlijmde glazen mogen tentoongesteld worden bij een lichtintensiteit van maximum 300 Lux.

Vooruitlopend op het fenomeen van extreme atmosferische omstandigheden, zoals in het geval van vorst (bij het uitvallen van de verwarming in de winter bijvoorbeeld), moet u in eerste instantie waken over de gerestaureerde glazen, en vooral letten op de stukken die aan de voet verlijmd zijn. Leg ze neer. Het is niet denkbeeldig dat de verlijmde delen loskomen door een verschuiving op de plaats van de hechting (afwisseling van samentrekken/uitzetten van de lijm). Nadat de normale condities van de tentoonstellingsruimte zijn hersteld moet het rechtzetten van de glazen gepaard gaan met een efficiënte controle van de verlijmingen. Indien het glas "hol klinkt" met een tonaliteit van karton, indien er geen resonantie is als men er met de nagel tegen "tikt", moeten de verlijmingen door een specialist nagekeken worden.

 

 
Manipulatie

Voorzichtigheid is de moeder van de porseleinenkast maar zeker ook van de glazenkast ! Alvorens een glazen voorwerp vast te nemen, is het belangrijk eerst eventuele restauraties op te sporen: verlijmingen blijven altijd zwakke punten, en oude verlijmingen die breekbaar geworden zijn, kunnen snel loslaten. Manipuleer nooit meer dan één glas tegelijk. Gebruik beide handen: houdt met een hand het voorwerp onderaan vast en ondersteun het bovenaan met de andere. Neem een glazen voorwerp nooit vast aan de handvaten: ze zijn vaak opnieuw aangezet.

Glas wordt best met handschoenen gemanipuleerd, om afzetting van transpiratie te voorkomen. Latexhandschoenen zijn te verkiezen omdat ze een betere grip geven; met katoenen handschoenen zou het glas kunnen wegglijden.

.

 
Tentoonstellen en stockeren

 

 

Stapel glazen voorwerpen niet op. Verifieer hun stabiliteit. Leg instabiele glazen voorwerpen neer, of stabiliseer ze met behulp van een klein stuk polyethyleenmousse, of een extern steuntje, bijvoorbeeld van plexiglas. Plaats in de uitstalkasten grote voorwerpen achteraan, op voldoende afstand van de kleinste voorwerpen. Verzamel niet teveel voorwerpen op een schap, zodat glazen er ongehinderd kunnen uitgehaald worden. In der reserves is het ideaal de voorwerpen op een enkele rij per niveau te plaatsen.

Bij het tentoonstellen is de meest aangewezen steun, die zowel binnen als buiten het voorwerp kan worden aangebracht, de steun in polycarbonaat. Hij kan dienen om zowel fragiele, wankele als onvolledige glazen tentoon te stellen. Een minder kostelijke oplossing word voorgesteld voor glazen die in de reserve worden bewaard: zuurvrij karton kan ter versteviging langs de binnenkant van het glas wordt aangebracht.

Kijk uit met vibraties: glas op schappen of op glazen steunen dreigt te glijden en te vallen. Antislipmatten kunnen dit probleem ondervangen.

Kies een vitrine of een kast uit anorganisch materiaal. Hout en houtassemblages kunnen op termijn schadelijk zijn: de lijm kan zuurdampen en vocht vrijgeven. Voor wat verder de inrichting van de vitrines aangaat is het beter het de glazen niet te presenteren op een bed van zand. Het is een schuurmiddel dat vaak met een waterachtige lijm (type "houtlijm") wordt vastgehouden die bij het drogen het vochtigheidsgehalte verzadigt. Dit heeft een versnelde aantasting of een brutale irisering van het glas tot gevolg.

De toegang tot de glazen voorwerpen moet eenvoudig zijn; een openingssysteem met zuignappen is te zwaar en kan bij de minste onvoorzichtigheid catastrofes veroorzaken. Vermijd voor het inventariseren van glazen zelfklevende etiketten. Deze kunnen vocht opslorpen en plaatselijk het aftakelingsproces van het glas versnellen. Breng liever een discrete markering aan met witte Chinese inkt. Schrijf ook niet rechtstreeks op het glas, maar breng eerst een fijn laagje ongekleurde acrylhars aan ter isolatie (Paraloïd B72 aan 10 % in aceton). Leg bovenop de markering nog een beschermend laagje van deze hars.

 

 

 
Inpakken en transport


Pak glazen voorwerpen apart in, in speciaal zuurvrij papier of, bij gebrek hieraan en voor korte periodes, in een commercieel absorberend papier of luchtkussenfolie (geen krantenpapier).

Plaats de voorwerpen afzonderlijk in kleine doosjes van zuurvrij karton en houd ze op hun plaats met piepschuimballetjes of nog beter met synthetische watten in polyethyleen. Vermijd stro of zaagsel: ze vormen een hygroscopische omgeving die nefast is voor het glas. Voorzie voor het transport van delicaat glas een doos van zuurvrij karton op maat gemaakt met een geïntegreerde steun en een mobiel luik (met velcrosluiting) om eenvoudig toegang te hebben tot het voorwerp.

Kleine fragmenten worden best voorzichtig ingepakt in kleine polyethyleenzakjes. Zeer fragiele stukjes worden opgeborgen in een passe-partout die op maat gesneden wordt uit polyethyleenmousse, aangepast aan hun dikte r.

Beknopte bibliografie

 

R. WIHR, Restaurieren von Keramik und Glass. Entwicklung, Erhaltung, Nachbildung, Munich, 1977.
S. FLORQUIN, E. DE WITTE & A. TERFVE, Vergelijkend onderzoek van enkele " alleslijmers ", in Bulletin van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium, 19, 1982/83, p. 105-114 = Étude comparative de quelques colles "universelles" (vert. J.-J. CHRISTIANS), in Conservation Restauration. Revue technique des Artistes Restaurateurs des Œuvres d'Art, 7/8, 1986, p. 34-37.
P. PLISKA, Conservation et restauration des verres, in À travers le verre du Moyen Age à la Renaissance (Tentoonstellingscat., Musée départemental des Antiquités, Rouen), Nancy-Maxéville, 1989, p. 424-428.
M. BAILLY, Le verre, in La conservation en archéologie. Méthodes et pratique de la conservation-restauration des vestiges archéologiques (coord. M.C. BERDUCOU), Paris, 1990, p. 120-162.
C. FONTAINE-HODIAMONT, Conservation et restauration de verres archéologiques, dans 3e Congrès de l'Association des Cercles francophones d'Histoire et d'Archéologie de Belgique. Namur, 18-21 VIII 1988. Actes IV, Namur, [1991], p. 173-179.
V. OAKLEY, The Deterioration of Vessel Glass, dans Glass and Enamel Conservation (The United Kingdom Institute for Conservation, Occasional Papers, 11), éd. C. DAINTITH, Londres, 1992, p. 18-22.
I. GARACHON, Voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast. Preventieve conservering van ceramiek en glas (CL Informatie, 16), Amsterdam, 1994.
R. NEWTON & S. DAVISON, Conservation of Glass, Oxford, 1989 [heruitg. 1996].
R. BARCLAY, A. FERGERON et C. DIGNARD, Supports pour objets de musée : de la conception à la fabrication, Ottawa, 1995.
M. OTTE & K. VAN LOOKEREN CAMPAGNE-NUTTALL, Keramiek en Glas, dans Syllabus bij de basiscursus Behoud en Beheer. Passieve Conservering. Deel 2 : Materialen (LCM-publicatie, 7), Tilburg, 1996, p. 73-80.
The Conservation of Glass and Ceramics. Research, Practice and Training, éd. N.H. TENNENT, Londres, 1999.
P. DE HENAU, Qu'est-ce que le verre ? Ses altérations, sa conservation, in Bulletin van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium, 27, 1996/98, p. 261-272.

Woord van dank
Wij houden er heel in het bijzonder aan volgende personen te bedanken voor hun kostbare medewerking bij het documenteren van dit vade-mecum: Jean-Luc Elias (fotograaf in het KIK), Ragna Dehertogh (stagiair in het KIK in 2000-2001), Guy Focant (Direction des fouilles, Région Wallonne) en Janette Lefrancq (Conservatrice bij de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis te Brussel).

glas atelier