Ga verder naar de inhoud

De turbulente materiële geschiedenis van het Lam Gods opgehelderd in een proefschrift door collega Hélène Dubois

Hélène Dubois verdedigde aan de UGent haar proefschrift in de kunstwetenschappen over de materiële geschiedenis van het Lam Gods vanaf de creatie van het werk door de gebroeders Hubert en Jan Van Eyck in 1432 tot aan het einde van de 19de eeuw. Ze analyseert in haar proefschrift de verschillende momenten waarop het werk aangepast werd: de restauraties, de opstellingswijzen, en de verspreiding van de verschillende panelen in het verleden.

Lionel Dutrieux

Geschreven op 21 juni 2022

Op 28 april heeft Hélène Dubois aan de UGent haar proefschrift verdedigd over de materiële geschiedenis van het Lam Gods vanaf de creatie van het werk door de gebroeders Hubert en Jan Van Eyck in 1432 tot aan het einde van de 19de eeuw. In haar proefschrift analyseert Hélène de verschillende momenten waarop het werk aangepast werd: de restauraties, de wijzen van opstelling, en de verspreiding van de verschillende panelen in het verleden.

"Ik heb verbanden kunnen leggen tussen elementen uit historische bronnen en de aanwijzingen die we vinden door technische studies en observaties tijdens de restauratie", licht ze toe. Door dieper op de materiële geschiedenis van het Lam Gods in te gaan, heeft Hélène Dubois onder meer kunnen aantonen dat bepaalde verhalen die in toeristische gidsen en geschiedenisboeken terecht waren gekomen, niet correct zijn.

Het Lam Gods werd gerealiseerd door de gebroeders van Eyck voor de Sint-Baafskathedraal in Gent, waar het ook vandaag bewaard wordt, en werd verschillende keren aangepast. Tot voor enkele jaren was meer dan de helft van het oppervlakte van het schilderij bedekt met overschilderingen. "Toen het werd overschilderd, waarschijnlijk in het midden van de 16de eeuw, moet het een zeer verschaald uitzicht hebben gehad dat niet overeenkwam met het beeld dat men van het altaarstuk wilde ophangen. Mijn werk heeft aangetoond dat deze restauratie naar alle waarschijnlijkheid is uitgevoerd in het kader van een uitbreidingscampagne van de kerk die door keizer Karel V werd gefinancierd. De overschilderingen werden uitgevoerd door twee kunstenaars, Jan van Scorel en Lancelot Blondeel, die in die tijd zeer bekend waren en die ook voor de Habsburgers werkten. De meeste kledingpartijen, luchten, achtergronden en architectuur werden systematisch overschilderd in een andere stijl, mogelijk meer volgens de smaak van die tijd, maar zonder het werk dramatisch te veranderen. De kleuren werden soms wel veranderd, maar de contouren bleven steeds gerespecteerd. Over het algemeen zijn de vormen wel enigszins vereenvoudigd in hun esthetiek op aangeven van een andere gevoeligheid, maar ook omwille van een mindere vaardigheid dan die van de Van Eycks. Het is echter duidelijk dat men bepaalde elementen bewust wilde veranderen, bijvoorbeeld het hoofd van het Lam, waarvan nu bekend is dat het ingrijpend gewijzigd werd. Sommige elementen werden dan weer toegevoegd, zoals de palmen in de groepen van martelaren. Hier is er duidelijk een verlangen om de iconografie te wijzigen."

In 2012 begon het KIK, in een brede samenwerking, aan een uitgebreide restauratiecampagne van het wereldberoemde altaarstuk. De reeds voltooide behandelingsfasen - de eerste fase, de restauratie van het gesloten veelluik (2012-2016), en de tweede, de restauratie van het onderste register van het open veelluik (2012-2019) - hebben het mogelijk gemaakt de originele Van Eyck-schildering opnieuw bloot te leggen.

Hélène Dubois, die onlangs werd benoemd tot lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten (KVAB), was betrokken bij de studie en het conservatie-restauratieproject van het altaarstuk, eerst als wetenschappelijk onderzoekscoördinator en restaurateur, en vervolgens als projectleider van 2016 tot 2019. Dit proefschrift is van essentieel belang voor het restauratieproject. "Het bestuderen van de materiële geschiedenis van een werk is absoluut essentieel bij het overwegen van een grondige restauratie", legt ze uit. "Je moet alle aspecten van het kunstwerk kunnen begrijpen, zowel de historische als de materiële, om te zien tot op welk punt je ingreep kan gaan en hoe je het werk optimaal tot zijn recht kunt laten komen.”

Hoewel een deel van de materiële geschiedenis vóór de behandeling kan worden bestudeerd, zijn het de restauratoren en hun collega chemici die tijdens het restauratieproces een uitzonderlijk diepgaande kennis vergaren. "Het historisch kader waarmee we indertijd begonnen, en dat teruggaat tot de jaren vijftig, was nogal vaag omdat het niet voldoende gekoppeld was aan fysieke bewijzen. Dankzij het conservatie-restauratieproject en de vooruitgang die is geboekt op het gebied van wetenschappelijk laboratoriumonderzoek en beeldvorming, hebben mijn collega's en ikzelf deze historische elementen in verband kunnen brengen met de materiële sporen." Door elk detail zorgvuldig te analyseren, konden de restaurateurs waarnemingen doen die nooit eerder mogelijk waren.

De historici kunnen nu hun onderzoek baseren op feitelijke gegevens. "Door de gebruikte materialen te kennen, is het mogelijk een geschiedenis van de restauraties doorheen de tijd te creëren, zodat we kunnen begrijpen in welke context bepaalde ingrepen werden uitgevoerd. Wij kunnen een verband leggen en soms bepaalde ingrepen toeschrijven aan gedocumenteerde periodes, of zelfs aan kunstenaars of restaurateurs." Uit de materiële en contextuele analyse van de oude overschilderingen van het Lam Gods bleek de wens om het werk op subtiele wijze aan te passen, een bewijs dat restauraties zich niet altijd beperken tot het herstellen of stabiliseren van een doorheen de tijd beschadigd werk. Verder laat de studie van de tussen 1821 en 1920 uitgevoerde restauratiecampagnes aan de centrale panelen en luiken, waarvan sommige in Berlijn werden bewaard, de verschillende benaderingen van een restauratie zien. Het is opvallend om vast te stellen tot op welke punt de restauraties het paradigma van de Vlaamse schilderkunst dat het Lam Gods is, beïnvloed hebben.

Het werk van de conservatoren-restauratoren wordt vaak gezien als puur manuele arbeid, waarvoor weliswaar grote vaardigheid en ervaring noodzakelijk is, maar hun zeer gespecialiseerde onderzoek vereist ook wetenschappelijke nauwkeurigheid en samenwerking met vele specialisten. "Ik wil al mijn collega's bedanken die mij, elk op hun eigen manier, met hun deskundigheid en hun vrijgevigheid in bijdragen en discussies, hebben geholpen om bepaalde aspecten te onderzoeken en te begrijpen waar ik zelf nooit aan zou hebben gedacht. Ik ben hen dan ook zeer dankbaar", zegt ze. Interdisciplinariteit is een specifiek kenmerk van het KIK, aangezien het werk niet parallel wordt gedaan, ieder voor zich, maar in samenwerking om het werk vanuit verschillende invalshoeken te begrijpen. Kennis wordt dus gedeeld opdat er in het algemeen vooruitgang kan worden geboekt.

Het proefschrift, getiteld " The turbulent material history of the Ghent altarpiece : an analysis integrating technical examination and historical sources (1432-1894)", werd gefinancierd door de Universiteit Gent, het Gieskes-Strijbis Fonds en het FWO (Fonds Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen). De opzet is dat het volgend jaar wordt gepubliceerd. Aarzel in afwachting niet om in de hoge resolutie foto's van het Lam Gods te duiken op http://closertovaneyck.kikirpa... of het Lam Gods te gaan bewonderen in de Sint-Baafskathedraal in Gent.

De derde fase van de restauratie van het Lam Gods (het bovenste register van het open veelluik) zal later dit jaar aanbesteed worden.

Meer nieuws van KIK/IRPA

20220922 Bonka KIK Preview2 09388

Beter inzicht in de vorming van metaaloxalaten in olieverflagen met het MetOx-project

10.11.2022

Licht, vochtigheid en restauratieproducten kunnen chemische reactiesin verfmaterialen veroorzaken. In sommige gevallen worden alteratieproducten zoals metaaloxalaten gevormd, die een grijze sluier kunnen vormen. Via het MetOx-project heeft het Labo polychromie van het KIK, in samenwerking met nationale en internationale partners, deze verschijnselen bestudeerd.

Lees meer
Ecpbanner

Erfgoed Challenge 2022

13.10.2022

Op dinsdag 11 oktober werd in het KIK de Erfgoed Challenge 2022 gelanceerd. Het KIK selecteerde voor deze tweede editie opnieuw zes erfgoedparels uit heel verschillende periodes en plaatsen in België. Elk met hun unieke verhaal, opbouw, stijl en noden belichamen ze samen de rijkdom en variatie van ons erfgoed. Stuk voor stuk verdienen ze de beste zorgen: een duurzame restauratiebehandeling, het optimaliseren van de bewaaromgeving, een betere publieksopstelling…

Lees meer