Ga verder naar de inhoud

"De kunstkamer van Cornelis van der Geest" uit het Rubenshuis terug in topconditie

De kunstkamer van Cornelis van der Geest uit 1628 is gerestaureerd en terug te bewonderen in het Antwerpse Rubenshuis. Dit werk van Willem van Haecht (1593-1637) is één van de pronkstukken uit de collectie.

Opdrachtgever

Rubenshuis

Periode
April 2019 - Augustus 2021
Kunstkamer na

De restauratie

Het werk was in 2009 al eens gerestaureerd voor de tentoonstelling Kamers vol Kunst; de focus lag toen op de verflaag en de inlijsting. Ondanks die maatregelen verschenen tien jaar later op verschillende plaatsen terug barsten, verfopstuwingen en craquelures. Daarom was het werk in april 2019 opnieuw vertrokken naar het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) in Brussel voor onderzoek en restauratie door paneelexperte Aline Genbrugge. Als Vlaams topstuk kon het schilderij hiervoor rekenen op subsidies van de Vlaamse gemeenschap. Dat onderzoek bracht een bijzonder complexe materiële geschiedenis aan het licht.

Uit het onderzoek blijkt dat de centrale voeg het al in de 18de eeuw moet hebben begeven. In de 19de en 20ste eeuw werden al verschillende pogingen ondernomen om het paneel te stabiliseren. Helaas resulteerden deze ingrepen in de verdere achteruitgang van het schilderij. Rond 1850 bracht men een niet-flexibele houten lattenstructuur aan op de achterzijde van het paneel, een zogenaamde "parkettering". Het systeem belemmerde echter het natuurlijke zwel- en krimpgedrag van de planken en veroorzaakte in combinatie met klimaatschommelingen nog meer barsten. In 1970 werd de parkettering vervangen door klampen. Ook die houten blokjes gaven het gehavende paneel te weinig ondersteuning en bewegingsvrijheid met zichtbare schade in de verflaag tot gevolg.

Het paneel kreeg daarom een integrale conservatie- en restauratiebehandeling. De originele verflaag werd er blootgelegd en geeft details prijs die jarenlang verborgen waren. Achter sommige oude vullingen van voegen en barsten kwam ook de originele verflaag terug vrij. Zo kregen de ogen van Willem van Haecht, die vermoedelijk zichzelf in de deuropening schilderde, hun originele kleur terug.

De grootste uitdaging was echter de structurele ondersteuning van het paneel zelf, dat schade had opgelopen door interne spanningen. Het eikenhouten paneel is namelijk opgebouwd uit zeven horizontale en één verticale plank die in tegengestelde richting krimpen en uitzetten. Deze voortdurende interne spanning leidde tot openstaande voegen en zichtbare beschadigingen in de verflaag. Om barsten en scheuren op te vangen werkte de restaurator hiervoor aan de achterzijde een flexibele secundaire drager uit met "tapered battens", gebaseerd op een innovatieve techniek uit de luchtvaartsector. Dat systeem zorgt voor een optimale flexibiliteit en is ontworpen op maat van het schilderij, in sitkaspar. De hoge elasticiteit maakt deze houtsoort uitermate geschikt om de bewegingen van de planken op te vangen zonder blokkerend te werken. Een flexibel inlijstingssysteem geeft het paneel maximale bewegingsvrijheid. Een speciale in de lijst ingewerkte klimaatbox beschermt het werk tegen schommelingen van temperatuur en luchtvochtigheid. Door de zorgvuldige restauratie van het houten paneel, de vooruitstrevende ondersteuning aan de achterzijde en de bescherming op maat is de duurzame bewaring van dit topstuk verzekerd voor toekomstige generaties.

Het onderzoek en de ontdekkingen

Het KIK onderwierp het schilderij aan een uitgebreid onderzoek om de totstandkoming en fysieke geschiedenis van het werk in kaart te brengen. Het multidisciplinair onderzoek – met visuele analyse, beeldvorming (UV, IR, RX scans), labo-onderzoek en chemische beeldvorming (ma-xrf scan) bracht aan het licht dat het paneel tijdens de uitvoering vergroot werd met twee planken. Deze werden toegevoegd in de fase van de toen gewijzigde ondertekening. De beeldvorming toont aan dat bijna elk afzonderlijk schilderijtje geschilderd werd op een mise-en-carreau, een raster om een afbeelding op schaal te brengen. De onderzoekers konden ook het vluchtpunt in de kunstkamer identificeren. De onzichtbare perspectieflijnen leiden de blik naar De Amazonenslag van Rubens, een compositie die Rubens vermoedelijk in 1615 voor Van der Geest had geschilderd.

De betekenis van "De kunstkamer van Cornelis van der Geest"

De kunstkamer van Cornelis van der Geest is één van de pronkstukken uit de collectie van het Rubenshuis. Het werk is een eerbetoon aan de Antwerpse verzamelaar en een belangrijke visuele bron uit de 17de eeuw. Nieuw wetenschappelijk onderzoek van Ben van Beneden verrijkt de huidige inzichten en de complexe betekenis van dit schilderij.

In samenwerking met het Mauritshuis, dat eveneens een werk van Van Haecht bezit, wijdde het Rubenshuis in 2009 de tentoonstelling Kamers vol Kunst aan het schilderij en dit unieke genre dat in Antwerpen ontstond in het begin van de zeventiende eeuw. Deze constcamers tonen interieurs waarin werkelijke of fictieve kunstverzamelingen zijn weergegeven. Schilderijen bedekken de wanden, er staan afgietsels van befaamde antieke beelden, tafels met bronzen beelden, albums met tekeningen en prenten, antieke munten, globes, wetenschappelijke instrumenten, soms aangevuld met schatten uit de natuur, zoals zeldzame bloemen en schelpen. In constcamers bevinden zich vrijwel altijd mensen, heren – kunstliefhebbers, kunstenaars en andere belangrijke personages – en soms een dame, die de aanwezige kunst bestuderen en erover converseren. Het genre was een Zuid-Nederlandse specialiteit. Een van de grondleggers, Willem van Haecht (1593-1637), schilderde vooral collecties die gebaseerd waren op die van zijn broodheer, de rijke, kunstminnende vastgoed- en specerijenhandelaar Cornelis van der Geest (1555-1638). Van van Haecht zijn niet meer dan drie kunstkamers bewaard gebleven. Een vierde schilderij is sinds 1936 spoorloos. De drie bewaarde kunstkamers van Willem van Haecht worden beschouwd als de meest virtuoze exemplaren van het genre.

Hoog bezoek

De kunstkamer heeft als onderwerp het bezoek dat de aartshertogen Albrecht en Isabella dertien jaar eerder hadden gebracht aan de kunstkamer van Van der Geest. In het vertrek waarin de collectie is opgesteld verlenen de ramen en de deur met daarboven het wapen en devies van de verzamelaar uitzicht op de Schelde en het havenkwartier van Antwerpen. (Van der Geests huis bij Het Steen is eind negentiende-eeuw gesloopt.)

Visuele bron

De muren zijn van onder tot boven volgehangen met schilderijen. Alles is uiterst gedetailleerd en daardoor goed herkenbaar weergegeven. De Amazonenslag van Rubens bijvoorbeeld, uiterst linksonder, bevindt zich nu in München, terwijl een ander werk van hem, Portret van een man in harnas, rechtsboven aan de achterwand, in een particuliere collectie in New York wordt bewaard. Een zeldzaamheid als Jan van Eycks Badende vrouw, door Van Haecht op de zijwand weergegeven, is niet bewaard gebleven. Behalve schilderkunst is er nog veel meer te bewonderen: bronzen beeldjes van Giambologna, een kast vol kostbaar Chinees porselein, een armillarium, een wereldbol en talrijke wetenschappelijke instrumenten.

Who’s who

Net als de schilderijen zijn de meeste figuren die het vertrek bevolken gemakkelijk te identificeren. Hun namen laten zich lezen als een beknopte who’s who van de culturele elite van zeventiende-eeuws Antwerpen. Op de voorgrond toont de verzamelaar Van der Geest één van zijn pronkstukken, een Maria met kind van Quinten Massys, aan de aartshertogen Albrecht en Isabella, de landvoogden van de Zuidelijke-Nederlanden. Over hun schouders meekijkend voorziet Rubens het werk van commentaar. Staande achter het schilderij herkennen we ook Anthony van Dyck, terwijl in de groep linksachter de aartshertogen humanisten als burgemeester Nicolaas Rockox en Jan van de Wouwer zijn geportretteerd. Rond de tafel met kleine bronzen hebben zich een aantal vooraanstaande verzamelaars geschaard terwijl de schilders Jan Wildens, Frans Snijders en Hendrick van Balen zich uiterst rechts over een wereldbol buigen. Voor de portretten baseerde Van Haecht zich op bestaande portretten van Rubens en Van Dyck. Dit betekent dat de kunstenaar toegang tot al deze portretten moeten hebben gehad. Zeer recent is gesuggereerd dat Rubens en Van Dyck enkele van die portretten speciaal voor De kunstkamer van Cornelis van der Geest hebben gemaakt. De betrokkenheid van beide meesters bij de uitwerking van het schilderij moet dus nog groter zijn geweest dan tot dusver werd aangenomen.

Vive l’esprit

Het is verleidelijk te veronderstellen dat Rubens ook betrokken was bij de complexe beeldinhoud van het schilderij. Op de fries van de deuromlijsting is het devies van de kunstminnaar aangebracht: "Vive l’esprit", een spitsvondige toespeling op zijn familienaam (esprit is Frans voor geest). Dit is een eerbetoon aan het artistieke patronaat van een voorbeeldig verzamelaar – "Lang leve Van der Geest" – wiens faam na diens dood zal blijven voortbestaan. Tegelijkertijd verwijst esprit echter ook naar cognitieve en artistieke kwaliteiten als ingenium, of scherpzinnigheid, vindingrijkheid en oordeelsvermogen. Kortom, naar artistiek en intellectueel talent en genie. De antieke bustes van "Seneca" en diens leerling Nero erboven zijn mogelijk afgietsels van borstbeelden uit de verzameling van Rubens, en kunnen worden geïnterpreteerd als een verwijzing naar Van der Geests neo-stoïsche oriëntatie. Het schilderij zit vol verwijzingen naar het neo-stoïsche gedachtegoed dat in heel Europa was doorgedrongen. De nadruk lag daarbij op het deugdzame individu dat zich niet door zijn redeloze hartstochten laat meeslepen, maar vertrouwt op morele kwaliteiten als standvastigheid (constantia) voor het ware geluk. Net als de antieke stoïsche mens besteedde de deugdzame zeventiende-eeuwer zijn tijd aan verheven zaken, waarin de studie van de Oudheid, wetenschap en kunst elk hun eigen aandeel hadden. In het neo-stoïsche denken bezaten de kunsten de macht iemands geest en gedrag te verheffen.

De verwerving van het topstuk door De Vrienden van het Rubenshuis

In 1969 slaagden De Vrienden van het Rubenshuis erin De kunstkamer van Cornelis van der Geest aan te kopen op een veiling van Sotheby’s in Londen voor 24.000 Britse pond. Vanwege de Antwerpse oorsprong van het genre, de kwaliteit van het werk en de persoonlijke link met Rubens, werd deze aankoop voor het museum als zeer belangrijk ingeschat.

De aankoop was een spannende zaak. Bij de gegadigden zaten ook het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Brussel en het Rockoxhuis. In aanloop van de veiling trokken deze musea zich terug ten voordele van het Rubenshuis. Dankzij een ‘geste’ van de bank werd de gestelde limiet van 23.500 Britse pond om te bieden op het allerlaatste moment gehaald. 20% van de kosten is uiteindelijk betaald door vrijwillige bijdragen van verschillende instellingen en particulieren. Na een bijdrage van 60% van het toenmalige Ministerie voor Nederlandse Cultuur en 20% van de stad Antwerpen schonken de Vrienden van het Rubenshuis het schilderij aan het museum.

Op 18 maart 2005 werd het werk erkend als Vlaams topstuk. In mei 2021 werd het stuk door CODART, een internationaal netwerk voor museumconservatoren voor Noord- en Zuid-Nederlandse kunst opgenomen in de zogenaamde CODART Canon, een lijst van de 100 belangrijkste meesterwerken uit de Nederlanden. (1350 – 1750)

Voor en na restauratie

Voor slider Na slider

Praktisch

De kunstkamer van Cornelis van der Geest is terug te zien vanaf donderdag 26 augustus 2021 in het Rubenshuis, Wapper 9-11, 2000 Antwerpen.

Tickets voor het museum via www.rubenshuis.be.

Volgend project

ArtGarden: Onderzoek Besloten Hofjes en preventieve conservering van Mixed-Media objecten

Bekijk dit project