Ga verder naar de inhoud

De gipsotheek van Constantin Meunier

Meuniermuseum, Elsene, tweede helft 19de-begin 20ste eeuw

Aan het einde van de 19de eeuw bracht Constantin Meunier (1831-1905) een ware revolutie in de kunsten teweeg door op ongeziene wijze arbeiders tot onderwerp van zijn sculptuur te maken. De anekdotiek of het pittoreske waarvan zijn tijdgenoten moeilijk afstand konden nemen, had bij hem plaatsgemaakt voor een synthetische weergave van het heroïsche menselijke lichaam. Al snel werd Meunier internationaal geprezen door de progressieve kunstscène en werd zijn werk aangekocht door toonaangevende collectioneurs en voorname musea. Eminente collega’s zoals de Franse beeldhouwer Rodin prezen volop zijn werk.

Het Meuniermuseum

De atelierwoning die Constantin Meunier in 1899 liet bouwen in de Abdijstraat in Elsene werd samen met de kunstcollectie die erin aanwezig was, aangekocht door de Belgische Staat in 1936. Drie jaar later ging het Meuniermuseum open. Dit kleinschalige, intieme museum blijft tot op vandaag miskend. De collectie die het museum herbergt is nochtans uniek en van buitengewone erfgoedkundige waarde. Behalve een 75-tal schilderijen en zo’n 450 kunstwerken op papier van Meunier, omvat de verzameling een 210-tal sculpturen. Een meerderheid is gegoten in brons, 90 zijn van gips. Het museum is vandaag een onderdeel van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België.

Even uniek als fragiele gipsen

Op een handvol grote gipsen die in het beeldhouwatelier worden tentoongesteld of zeldzame gevallen die werden opgenomen in de tijdelijke tentoonstellingen na, werden de kunstwerken uit de gipsotheek een eeuw lang nauwelijks aan de blikken van toeschouwer blootgesteld. Deze relatieve onzichtbaarheid laat zich verklaren door de beperkte waardering voor gipsen beelden in de 20ste eeuw. De sculpturen in dit ‘minderwaardige’ materiaal komen echter vaak dichter bij de hand van de meester dan de bronzen geuten. Vooral wanneer deze plaasters rechtstreekse afgietsels zijn van (vernietigde) was- of kleimodellen en daarna op hun beurt worden gebruikt om de mal voor het bronsgieten aan te maken. Gipsen zijn echter fragiel. Ze zijn nauwelijks bestand tegen mechanische schokken. En bovendien zijn ze corrosiegevoelig: bij bewaring op een plek met een hoge vochtigheidsgraad kunnen de ijzeren structuren in het gips gaan roesten, wat het plaaster vervolgens doet barsten en uiteindelijk uiteenspatten. Het verklaart waarom van een aantal Meuniergipsen die in midden van de 20Ste eeuw in de inventarissen werden ingeschreven geen spoor meer is.

Meuniers 200ste verjaardag

In 2031 zal de 200ste verjaardag van de geboorte van Meunier worden gevierd. Met het oog op dat feestjaar, zou in de tien jaar die ons daarvan scheiden de gipsotheek aan een grondig materiaal-technisch onderzoek moeten worden onderworpen. Door Meuniers gipsen van naderbij te bestuderen, hopen we alteratieprocessen beter te vatten en gepast te kunnen ingrijpen om de steeds verder aftakelende kunstwerken te vrijwaren. Het doel is om de stukken door middel van conservatorische ingrepen en restauraties terug tentoonstellingwaardig te maken zodat ze vervolgens kunnen worden inschreven in een nieuwe collectiepresentatie in het Meuniermuseum.

Zelf op ontdekking?

Bezoek Constantin Meuniermuseum en bewonder de gipsotheek met je eigen ogen!

Met dank aan de Founding Partner van de Erfgoed Challenge