Ga verder naar de inhoud

Naar een strategische coördinatie om voorbereid te zijn op calamiteiten met een impact op het erfgoed

Estelle De Bruyn leidt de Cel duurzaamheid van het KIK. Zij legt uit waarom coördinatie essentieel is in een crisissituatie zoals tijdens de watersnoodramp van verleden jaar. Estelle vertelt over de rol van het KIK als facilitator en benadrukt het belang van een gezamenlijke voorbereiding op de toekomstige uitdagingen.

Lionel Dutrieux

Geschreven op 12 juli 2022

Wat zijn de huidige prioriteiten?

Estelle De Bruyn: België kent een complex institutioneel landschap: dit heeft gevolgen voor de manier waarop het erfgoed in ons land wordt beheerd. De sector moet zich dus "zelforganiserend" opstellen en daarbij rekening houden met deze complexiteit. Dit vereist een verduidelijking van de rollen en verantwoordelijkheden en kennis van de expertise van onze instellingen. Dit is iets wat wij, als spelers op het vlak van erfgoed, moeten doen voor onszelf, maar ook ten aanzien van onze partners, de samenleving en de politiek. Het is van essentieel belang een organigram voor het crisismanagement specifiek voor het erfgoed op te stellen en dit te communiceren. Dit organigram zou een crisiseenheid moeten omvatten, bestaande uit vertegenwoordigers van belangrijke erfgoedinstellingen zoals het Belgische Blauwe Schild en het KIK, maar ook vertegenwoordigers van de hulpdiensten en de administraties die belast zijn met erfgoedkwesties, zoals we dit bijvoorbeeld zien in Genève, waar de musea van de stad dit soort structuur hebben ontwikkeld. Dit organigram zou ook een uitstekend communicatie-instrument zijn in België: het zou een ruime bekendheid geven aan de spelers op het vlak van erfgoed en aan hun competenties. Op die manier zullen de mensen op het terrein, als de culturele instelling die zij leiden het slachtoffer wordt van een ramp, onmiddellijk weten tot wie zij zich moeten wenden.

Op welk niveau bleek de versnippering van de bevoegdheden inzake erfgoed problematisch?

Na de overstromingen en in de spoedsituatie heeft het KIK een crisiscomité opgericht, onder leiding van Françoise Collanges van de Cel preventieve conservatie en mijn collega Wivine Roland-Gosselin van de Cel duurzaamheid. Dit comité bracht een zeer groot aantal erfgoedactoren bijeen: vijftien organisaties, waarvan de meeste nog nooit hadden samengewerkt. Het was een rol die niet voor ons bestemd was, maar toch voor de hand bleek te liggen. Wij hadden te maken met een ramp die, ook al was zij sterk geconcentreerd in Wallonië, nationale hulp vereiste. Vele Vlamingen snelden de Waalse bevolking ter hulp. Het KIK had de capaciteit om initiatieven te bundelen, aangezien de instelling, op federaal niveau, zich richt tot organisaties in zowel Vlaanderen, Brussel als Wallonië. Als alle relevante Belgische actoren rond dezelfde tafel zitten, levert dat een aanzienlijke tijdwinst op. Het aantal en het soort actoren wordt bepaald door de omvang van de ramp: de watersnoodsramp vereiste een optreden op nationaal niveau. Dit is het model dat de crisiscentra in België volgen: in geval van een grootschalige ramp die het gemeentelijke of provinciale niveau overstijgt, is het Nationaal Crisiscentrum, op het niveau van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, het best geplaatst om op de noodsituatie te reageren.

[Lees verder onder de foto's]

Waarom is coördinatie belangrijk in een crisissituatie?

In een crisissituatie moet snel worden gehandeld. Er is geen tijd om na te denken over hoe je je organiseert of om manieren van samenwerken uit te testen: er moet snel gehandeld kunnen worden. Om extra stress, verspilling van kostbare tijd of zelfs "overrampen" te voorkomen (NB: schade als gevolg van een inadequate reactie op een ramp, waardoor deze wordt verergerd of nieuwe risico's ontstaan, zoals het ontstaan van schimmel na waterschade), moeten wij er zeker van zijn dat iedereen in dezelfde richting gaat. Dit vereist voorafgaande voorbereiding en regelmatige oefeningen, net zoals de brandweer of de politie dat doen. Uit onze ervaring met het crisiscomité dat is opgericht om de erfgoedcrisis te beheren, hebben wij ook kunnen opmaken dat een continue wisselwerking tussen dit strategisch orgaan en het veld van essentieel belang is gebleken om de problemen beter te begrijpen en de prioriteiten vast te stellen. Partners zoals het Belgische Blauwe Schilde en CIPAR (Interdiocesaan Centrum voor Erfgoed en Religieuze Kunst) hebben, samen met de deskundigen van het KIK, een fundamentele rol gespeeld bij het terugkoppelen van deze informatie. Vandaag moeten wij deze partnerschappen versterken en een permanente dialoog tussen alle belanghebbenden tot stand brengen, wat de taak van een coördinator is.

De moeilijkheid bij het opzetten van de coördinatie is dat deze meestal in de schaduw wordt voorbereid. Het is niet erg opwindend werk. Het stelt mij gerust dat onze besluitvormers snel hebben ingezien hoe belangrijk het is deze coördinatie te ondersteunen. Het doel van het KIK is de ontwikkeling van een cultuur van geïntegreerd risicobeheer in België te bevorderen. Met welke risico's wordt de erfgoedsector geconfronteerd? Hoe kunnen deze risico's beter worden voorkomen? Hoe kunnen we ingrijpen? Deze manier van denken is wereldwijd, ongeacht de oorzaken (overstromingen, branden, enz.). Het leidt tot een slagvaardigheid die het leger, de politie en de brandweer reeds in hun werkwijzen hebben ontwikkeld. Dit is wat wij op het niveau van het erfgoed moeten bereiken, zonder onze eigen limieten uit het oog te verliezen. Dit leidt tot de volgende vragen: hoe ver moeten we gaan om de bijna totale afwezigheid van de erfgoedcomponent bij het beheer van meer algemene maatregelen voor noodsituaties te compenseren? Hoe kunnen wij de hulpdiensten helpen om de specifieke kenmerken van erfgoed beter te begrijpen?

Het is begrijpelijk dat de hulpdiensten zich toeleggen op het redden van levens en vervolgens op het stabiliseren van de gebouwen. De erfgoedwaarde is ondergeschikt aan de menselijke waarde.

Zeker, de topprioriteit van de hulpdiensten is het redden van mensenlevens, en dat is terecht. Wij mogen evenwel niet vergeten dat, als samenleving, het erfgoed ons gemeenschappelijk goed is. Als de situatie het toelaat, doen brandweermannen ook hun best om eigendommen te beschermen. Maar het probleem is dat voor het redden van erfgoed niet altijd dezelfde acties nodig zijn als voor het redden van persoonlijke bezittingen. Het is aan ons om de dialoog met de hulpdiensten, de brandweer en de civiele bescherming te bevorderen. Ik ben er ook van overtuigd dat het voor hen interessant zou kunnen zijn om meer over onze specifieke kenmerken te weten te komen. Bovendien hebben wij al interessante en zeer positieve gesprekken over dit onderwerp gehad, met name met de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp (DBDMH), die wij hebben ontmoet in het kader van een ander project dat ook door het KIK wordt gecoördineerd, de federale strategie inzake calamiteitenplannen. Het doel van deze strategie is een gemeenschappelijke methodologie te ontwikkelen tussen de tien federale wetenschappelijke instellingen om rampen te voorkomen en wederzijdse hulp te vergemakkelijken in geval van een ramp. De DBDMH heeft gezegd dat zij bereid is ons te helpen, maar eens te meer is het gebrek aan personele en financiële middelen wat ons tegenhoudt. Soms komt het initiatief rechtstreeks van de hulpdiensten. In oktober wordt voor het eerst in België een oefening met de reddingsdiensten georganiseerd over de redding van cultuurgoederen bij de Stichting Folon. Dit is een initiatief van de Provinciegouverneur: de brandweer zal tussenkomen in de museumzalen waar valse schilderijen worden opgehangen, terwijl organisaties zoals Blue Shield Belgium en het KIK aanwezig zullen zijn om hun interventie aan te vullen. Het doel is een evacuatieketen voor de objecten op te zetten en, indien mogelijk, "eerste hulp" voor het beschadigde erfgoed te organiseren. Dit is echt het soort interdisciplinaire samenwerking dat wij in de toekomst hopen te kunnen bestendigen!

Estelle De Bruyn

Het stelt mij gerust dat onze besluitvormers snel hebben ingezien hoe belangrijk het is deze coördinatie te ondersteunen. Het doel van het KIK is de ontwikkeling van een cultuur van geïntegreerd risicobeheer in België te bevorderen. De moeilijkheid bij het opzetten van de coördinatie is dat deze meestal in de schaduw wordt voorbereid.

Estelle De Bruyn

Als je het grote plaatje kent, kun je keuzes maken die van cruciaal belang kunnen zijn.

Ja, absoluut. We zien dit in de "klassieke" crisisbeheersingsaanpak: de hulpdiensten zijn ook georganiseerd in crisiscellen. Tijdens een ramp bevinden deze cellen zich geografisch ver van de rampplek. Zij brengen alle competenties samen die nodig zijn om een goed inzicht in de situatie te krijgen, het probleem te beheren en de acties te prioriteren. In een dergelijke structuur, die ook in de erfgoedsector in België en op internationaal vlak wordt toegepast, is er een coördinator die aan het hoofd staat van de crisiseenheid. Hij of zij neemt beslissingen en beslist over de te ondernemen acties, maar niet voordat hij of zij heeft geluisterd naar alle standpunten van de specialisten die rond de tafel zitten. Naast de nood- en hulpdiensten zou het ideaal zijn als een erfgoedvertegenwoordiger zitting zou kunnen hebben in de crisiscel als de ramp gevolgen heeft voor cultuurgoederen. Dit zou van onschatbare waarde zijn geweest in het geval van de overstromingen die meer dan 250 erfgoedsites hebben getroffen. Alle actoren moeten rond de tafel worden gebracht om een totaalbeeld van de ramp te krijgen en ervoor te zorgen dat rekening wordt gehouden met de situatie in al haar complexiteit.

Zijn er praktische voorbeelden van interventies die werden uitgevoerd zonder op een allesomvattende manier te denken?

Wat de door de overstromingen getroffen monumenten betreft, hebben wij ingezien dat de urgentie van de situatie, het ontbreken van adequate actiemiddelen en het gebrek aan kennis van de droogmechanismen van de gebouwen ons niet altijd in staat stelden op de beste manier te handelen. Dit is een vaststelling die a posteriori is gedaan. Originele bepleistering werd verwijderd om het drogen van de muren te versnellen. Dit is soms gebeurd zonder enig voorafgaand onderzoek of documentatie: dit is een verlies van erfgoed. Het is echter ook bekend dat bepaalde coatings de droging van natte muren versnellen. Zoals we kunnen zien, vereist een adequate reactie op een crisis specifieke kennis en voorafgaand onderzoek naar de methodologie die moet worden toegepast bij de redding, vervolgens de conservatie en tenslotte de restauratiebehandelingen. Natuurlijk besef ik dat niet al deze informatie altijd beschikbaar is: het KIK werkt er actief aan om deze leemten op te vullen. Het Labo monumenten en monumentale decoratie van het KIK zal bijvoorbeeld op basis van casestudies een gids voor goede praktijken voor beheerders van beschermde gebouwen opstellen. Het is de bedoeling hen te helpen zowel de concrete maatregelen vast te stellen die moeten worden genomen om de gevolgen van toekomstige overstromingen te beperken, als de keuzes die in geval van waterschade moeten worden gemaakt om het uitdrogen van muren te vergemakkelijken en vervolgens herstelwerkzaamheden uit te voeren.

Bestaan deze methodologieën niet al?

Hoewel sommige methoden al lang bekend zijn, is het duidelijk dat er nog een lange weg te gaan is, met name wat betreft de gevolgen van slib voor zowel roerende als onroerende goederen. Het slib bevatte chemische verbindingen, zepen, koolwaterstoffen en andere bestanddelen waar we niet zo direct aan zouden denken. Dit is een gebied dat het KIK door middel van onderzoek zal ontwikkelen: wat is het effect van deze slibs op het erfgoed en wat zou is de juiste behandeling om toe te passen op zowel monumenten als roerende objecten. Al deze vragen zullen in het kader van deze strategie worden ontwikkeld door middel van toegepast onderzoek. Deze studies zullen vervolgens worden gebruikt om protocollen op te stellen ten behoeve van de spelers op het terrein.

Een interventie met betrekking tot het erfgoed kan slechts doeltreffend zijn indien men de staat van de werken en de gebouwen kent, en dus indien men een inventaris opmaakt en deze kennis deelt met alle autoriteiten.

Er zijn inderdaad verschillende niveaus van verantwoordelijkheid. De culturele instellingen bereiden zich voor door calamiteitenplannen op te stellen die hen in staat stellen te weten met wie zij contact moeten opnemen, waar zich de specifieke risico's en het te redden erfgoed bevinden, en welke werken met voorrang moeten worden geëvacueerd. Zij ontwikkelen communicatiemiddelen met de hulpdiensten over hoe zij snel toegang kunnen krijgen tot het terrein en de kunstwerken uit de gebouwen kunnen halen. Eén detail over de ophanging kan van cruciaal belang zijn: het is niet ongebruikelijk dat in tentoonstellingszalen van musea werken aan de muren zijn bevestigd met behulp van beveiligde ophangsystemen die speciaal gereedschap vereisen om ze te verwijderen. Als wij willen dat de hulpdiensten in het erfgoed kunnen tussenkomen, is het ook aan ons om hen daartoe de middelen te geven via communicatie en de uitwerking van specifieke calamiteitenplannen.

Misschien is de eerste stap overeenstemming te bereiken over wat een calamiteitenplan is. In België beschikken maar weinig culturele instellingen over een calamiteitenplan zoals wij dat bij het KIK begrijpen, d.w.z. een totaalplan dat erop gericht is het volledige erfgoed van de instelling, met inbegrip van digitale gegevens, veilig te stellen met organisationele en materiële middelen. Een calamiteitenplan is niet alleen een papieren document: het is een hele cultuur! Het moet worden gedragen door alle mensen in een instelling, die er door middel van terugkerende oefeningen in worden opgeleid. Dit is echt een strijd die we voeren vanuit het KIK. We zien dat de dingen beetje bij beetje in beweging komen. ICOM Wallonië-Brussel en Musées et Société en Wallonie organiseren dit najaar in samenwerking met het C2RMF (Centre de recherche et de restauration des musées de France) een opleiding om de Waalse musea te helpen bij de ontwikkeling van hun calamiteitenplannen. Het is belangrijk dat de regio's ook van hun kant vooruitgang boeken. Het KIK is goed geplaatst om samenwerking te vergemakkelijken en ervoor te zorgen dat deze initiatieven elkaar vinden.

Hoe kan een instituut als het KIK, dat in Brussel is gevestigd, een interessant perspectief bieden?

In de eerste plaats heeft het KIK zich ertoe geëngageerd talrijke relaties met het werkveld te onderhouden. Onze collega's zijn regelmatig op het terrein te vinden. Voor de instellingen die wij bezoeken en die een beroep op ons doen, is het vaak goed om steun van buitenaf te hebben: het brengt een andere energie, een andere manier om dingen te zien. In het geval van de overstromingscrisis kunnen we dit zien aan de acties van de Cel preventieve conservatie van het KIK: haar actie helpt de beheerders van culturele instellingen bij het definiëren van de problemen, hun doelstellingen en hun actiemiddelen (of het gebrek daaraan). Ik herinner me vooral een workshop die mijn collega Françoise Collanges gaf aan een twaalftal beheerders van getroffen sites. Zij vroeg hen schematisch alle actoren weer te geven die hen zouden kunnen helpen om er weer bovenop te komen. Door een proces van bemiddeling en gezamenlijke inzichten konden nieuwe oplossingen naar voren komen, maar ook emoties tot uitdrukking worden gebracht die sinds juli begraven waren. Er waren tranen, maar er werd ook veel gelachen.

Dit zijn de belangrijkste troeven van het KIK: wij zien de dingen van op afstand, zonder regionale of gemeenschapsverbanden, terwijl wij steunen op krachtige vaardigheden. Het KIK heeft, via zijn partners in België, de mogelijkheid om alle belangrijke spelers samen te brengen. Onze kracht is dat wij op de hoogte zijn van de initiatieven die in Vlaanderen, Brussel en Wallonië worden genomen. Dit stopt ook niet aan de Belgische grens: ons internationaal netwerk biedt ons de mogelijkheid om methodologische hulp te verlenen naargelang van de behoeften op het terrein. Aan het begin van de crisis konden wij deelnemen aan een spoedcursus van het ICCROM (Internationaal Centrum voor de Studie van de Conservatie en de Restauratie van Cultuurgoederen), die ons hielp bij de ontwikkeling van eenvoudige beoordelingsformulieren voor getroffen erfgoed.

Het KIK beschikt ook over een toonaangevende vakkennis. Door de diversiteit van onze expertise, of het nu gaat om onze laboratoriumwetenschappers, conservatie-restauratiewetenschappers of documentatiehistorici, en door onze interdisciplinaire aanpak, is het KIK beter in staat om een complex erfgoedprobleem te beheren.

Tenslotte bevindt het KIK zich ook op een interessant moment in zijn geschiedenis. Op politiek niveau hebben wij een kabinet en een administratie die ons vertrouwen en ons steunen. Deze directe lijn stelt ons in staat de problemen die we ter plaatse waarnemen onder de aandacht te brengen. Je zou kunnen stellen dat het KIK zowel een facilitator als een ontmoetingsplaats is voor al deze organisaties die direct of indirect door de crisis worden getroffen. Wij stellen dan ook vast dat de werkzaamheden van culturele instellingen en hulporganisaties zoals Blue Shield Belgium moeten worden geherfinancierd om te komen tot operationele efficiëntie en een betere risicopreventie.

Moeten we deze ramp als eenmalig beschouwen of moeten we ons voorbereiden op meer van dergelijke gebeurtenissen in de toekomst?

We kunnen er zeker van zijn dat we in België met nieuwe crisissen te maken zullen krijgen. We zijn nu al getuige van de gevolgen van de opwarming van de aarde: rampen komen steeds vaker voor, zijn moeilijk te voorspellen en van grote omvang. Evenmin kunnen wij risico's in verband met politieke instabiliteit of terrorisme uitsluiten. De Russisch-Oekraïense oorlog herinnert ons eraan dat ook Europa niet immuun is voor gewapende conflicten: de geschiedenis leert ons dat ook. Dat is onze drijfveer om deze strategieën in te voeren en de banden tussen de erfgoedactoren aan te halen. Ik ben ook optimistisch: de watersnoodramp is de hefboom geweest voor een goede samenwerking en de tussenkomst van de federale regering bij het opzetten van de strategie "Erfgoed in gevaar". Die zal het mogelijk maken de eerste stappen te zetten in de richting van een cultuur van risicobeheer hier in België.

Wat kan de implementatie van dit risicobeheer in België in het gedrang kan brengen?

Het probleem met dit soort rampen is dat wij gemakkelijk vergeten wanneer we er niet rechtstreeks bij betrokken zijn, wanneer we de moeilijkheden van het herstel niet dagelijks ondergaan. Het is ook verschrikkelijk voor de getroffen mensen, die de indruk hebben dat er niet of niet snel genoeg wordt gehandeld. Het kan niet gemakkelijk zijn voor politici om snel genoeg met antwoorden te komen die aan de behoeften voldoen. Wij mogen ons gelukkig prijzen dat de instellingen en het personeel op het gebied van het erfgoed zeer gemotiveerd zijn en in staat om een gezamenlijke strategie te ontwikkelen. We moeten er nu voor zorgen dat deze energie niet verloren gaat en dat zij ook na de crisis blijft bestaan. Dat is onze plicht, maar ook die van onze politici. Het risico bestaat dat de vele crisissen waarmee onze samenleving wordt geconfronteerd en die steeds frequenter zullen worden, ons de vorige doen vergeten. Integendeel: wij moeten van deze rampen blijven leren om onze paraatheid en reactievermogen voortdurend te verbeteren, door de uitvoering van een proces van continue verbetering. Tenslotte heeft het KIK, zoals alle erfgoedactoren, een belangrijke rol te spelen in het bewust maken van het publiek van het belang van het behoud van ons cultureel erfgoed. Het is belangrijk dat iedereen zich dit gemeenschappelijke erfgoed eigen maakt en de waarde en betekenis ervan inziet. Kortom, we moeten ambassadeurs van het erfgoed worden. Zonder dit, verliest erfgoed al zijn betekenis. Het is echter iets moois dat ons overleeft. Als wij dit erfgoed doorgeven aan toekomstige generaties, dan is dat omdat het onze identiteit, onze eigenheid vormt, omdat het ons in staat stelt emoties en gevoelens te ervaren en ons te ontwikkelen, want het is door te leren van ons verleden dat wij stappen voorwaarts kunnen zetten.

Maak melding van erfgoed dat getroffen werd door de watersnoodramp van juli 2021

Voor de ontwikkeling van aangepaste behandelingsvoorstellen, en ter voorbereiding op toekomstige crisissen, roept het KIK getuigen op om erfgoed, getroffen door de overstromingen van verleden jaar, te melden.

Meer nieuws van het KIK

IMG 03facingprovisoireavanttransport

Studie en conservatie van twee getroffen kunstwerken

14.07.2022 - door Lionel Dutrieux

Erika Rabelo en Violette Demonty, conservators-restaurateurs in het Atelier polychrome houtsculptuur, vertellen over twee polychrome sculpturen uit het Museum voor Schone Kunsten en Keramiek in Verviers die na de overstromingen van juli 2021 naar het KIK werden overgebracht voor studie en conservatie.

Lees meer
KIKIRPA 01 troozglisedeprayoncrop

Oproep tot getuigenissen

14.07.2022 - door Robrecht Janssen

Voor de ontwikkeling van behandelingsvoorstellen, en ter voorbereiding op toekomstige crisissen, roept het KIK getuigen op om erfgoed, getroffen door de watersnoodramp van verleden jaar, te melden.

Lees meer