Ga verder naar de inhoud

Erfgoed, agentschap en sociale impact

De indrukwekkende resem kunstwerken die in 75 jaar tijd via het KIK zijn gepasseerd voor studie, onderzoek en restauratie heeft ertoe bijgedragen dat het KIK een internationale referentie is geworden. Conservatie en restauratie zijn in die periode echter grondig geëvolueerd, net als de gebruikte instrumenten en methodes en de mensen die erbij betrokken zijn. Die veranderingen zijn duidelijk waarneembaar op internationaal niveau, en het KIK vormt daarop geen uitzondering. De concepten 'sociale impact' en het 'agentschap van erfgoed' kunnen ons helpen om onze aanpak te heroverwegen. Dat is de mening van dr. Muriel Verbeeck, professor conservatie- en restauratiegeschiedenis en -theorieën, onderzoekster aan de Universiteit van Luik en voorzitster van de Wetenschappelijke Raad van het KIK.

U bent theoreticus en historica gespecialiseerd in het domein van conservatie en restauratie: hoe zou u de evoluties van de afgelopen jaren in dit domein samenvatten?

Ik denk dat de veranderingen kunnen worden bekeken in termen van continuïteit ten opzichte van het verleden enerzijds, en in termen van een breuk met het verleden anderzijds. Continuïteit, ten eerste, aangaande het imago van restauratie: de mediacampagnes gewijd aan grote projecten, zoals de Notre-Dame in Parijs, de Nachtwacht van Rembrandt of het Lam Gods, maar ook bepaalde televisieprogramma's, dragen allemaal bij aan de versterking van het prestige van restaurators en tonen het ongelooflijke voorrecht dat ze hebben om oog in oog te staan met meesterwerken. Continuïteit, ten tweede, als het gaat over expertise, die zich ontwikkelt door technologische en wetenschappelijke vooruitgang, en misschien binnenkort door die van artificiële intelligentie.

Maar het is ook een evolutie, een 'Copernicaanse revolutie', volgens conservator-restaurator Muños-Viñas, auteur van Contemporary Theory of Conservation. Het moet gezegd worden dat het gebied van conservatie-restauratie flink is uitgebreid, van kunstwerken naar kunst'voorwerpen', en dan nog breder naar 'cultuurgoederen'. Vandaag de dag restaureren we kostuums van David Bowie, industriële machines, etnografische objecten, de Gouden Koets van Bergen...

De complexiteit van dergelijke objecten ligt niet alleen in hun materialiteit, maar ook in hun 'agentschap', wat verwijst naar de plaats die ze innemen, de rol die ze spelen en wat ze bij mensen opwekken. Dit concept werd bestudeerd door de antropoloog Alfred Gell in zijn boek Art and Agency (1998), en ik denk dat het interessant zou zijn om het toe te passen op het gebied van erfgoed.

Welke impact heeft dit op het beroep van conservator-restaurator?

Het zorgt voor een paradigmaverschuiving, een echte ommekeer van het model: we zijn getuige van een verschuiving in focus, van het voorwerp naar het onderwerp, van de esthetische en historische dimensie naar de huidige en contextuele herinterpretatie door mensen, sociale groepen of gemeenschappen. Iedereen die iets te maken heeft met het object dat wordt gerestaureerd, wordt nu beschouwd als 'stakeholder' of betrokkene.

Neem het voorbeeld van de marionetten van Toone. Om ze te restaureren is expertise in materialiteit nodig - kennis van het hout, de polychromie, kostuums enzovoort. Maar de ervaring van de poppenspeler is ook essentieel, om te begrijpen hoe de marionetten gebruikt werden en bijgevolg schade ondervonden of aanpassingen ondergingen. De mening van het publiek in het theater is ook belangrijk, want uiteindelijk is het het publiek dat de voorstelling bekijkt en de visuele ervaring heeft van het object in beweging. Er zijn ook andere partijen bij betrokken: de persoon die de poppen opbergt, degene die verantwoordelijk is voor kleine reparaties, het onderhoudspersoneel enzovoort.

Het werk van die mensen is essentieel voor het behoud en heeft een impact op het object. En op zijn beurt heeft het object een impact op deze mensen, hun activiteiten, hun verantwoordelijkheden en hun betrokkenheid. Bij een restauratie mogen we het object niet uit handen nemen van de gebruikers. Restauratie betekent hen betrekken in een proces van reflectie over wat hen bezighoudt. Het publiek is de drager van kennis, soms van echte expertise, die onderzoekers vooruit kan helpen.

Een terugkerend thema in uw recente werk is het maatschappelijk nut, de sociale rol van erfgoed. Is het volgens u een taak voor een onderzoeksinstituut als het KIK om over dit onderwerp na te denken?

Het was een 18de-eeuwse Britse filosoof en jurist, Jeremy Bentham, die het sociaal utilitarisme conceptualiseerde. Hij definieerde het als "een principe dat het collectieve welzijn maximaliseert, begrepen als de som of het gemiddelde van het welzijn - inclusief het kwalitatieve welzijn - van alle wezens met gevoel". Erfgoed toegankelijk, begrijpelijk en overdraagbaar maken voor tijdgenoten en toekomstige generaties kan uiteraard deel uitmaken van dit perspectief: het is onze taak om de toegevoegde waarde ervan voor de maatschappij aan te tonen, via de verschillende 'beroepen' die in het KIK worden uitgeoefend, maar in het bijzonder in de uitvoer van conservatie en restauratie.

Dit gaat veel verder dan communiceren met het grote publiek, ook al zijn de kanalen waarlangs dit reeds gebeurt veel diverser dan je zou denken. Naast naslagwerken en prestigieuze reeksen zoals Scientia Artis, publiceren onderzoekers brochures en artikels op papier of in open access (gratis digitale toegang); ze dragen bij aan publiekspublicaties; velen zijn actief op sociale netwerken en helpen hun activiteiten bekend te maken bij een breed publiek; ze zijn aanwezig in de media, ook internationaal, bijvoorbeeld het BBC-programma Fake of Fortune; en ten slotte geven ze les, geven ze informatie, reageren ze op verzoeken en helpen ze een dynamiek op gang te brengen of in stand te houden.

Maar als we waar mogelijk een rechtstreekse samenwerking met het publiek willen ontwikkelen (bijvoorbeeld bij conservatie in situ, bescherming bij een crisis of wanneer het gaat over immaterieel erfgoed), moeten we nog verder gaan: nieuwe methodologieën bekijken, inspiratie putten uit andere benaderingen (zoals ICCROM's Sharing Decision in Conservation). Het is een stimulerend proces van reflectie, dat sommige van onze benaderingen en praktijken in vraag stelt, maar niet onze doelstellingen, noch de vereiste van uitmuntende kwaliteit waarmee we het ons toevertrouwde erfgoed behandelen.

Als we spreken over sociaal of maatschappelijk nut - er is een semantische dubbelzinnigheid die ongetwijfeld interessant is om te proberen te begrijpen - dan duikt de vraag naar het wezen van erfgoed en de band die burgers ermee hebben weer op.

Ja. Vergeet niet dat het KIK zich op het vlak van conservatie en restauratie bekommert om het erfgoed dat men aan het KIK toevertrouwt, waarbij de 'men' verwijst naar openbare besturen, museuminstellingen en soms lokale besturen (bijvoorbeeld na de overstromingen die België troffen in de zomer van 2021). Soms is er de kritiek dat het erfgoed te 'wit', te 'katholiek', te 'elitair' en te weinig divers is. Er moet worden opgemerkt dat het in de eerste plaats gaat om voorwerpen die zijn geërfd uit ons verleden en waarvan het belang verder reikt dan onze grenzen, gebedshuizen of de commerciële waarde van de objecten. Natuurlijk hebben machtsverhoudingen, de geschiedenis van smaak en de bijbehorende markt allemaal bijgedragen aan de vorming van dit erfgoed: dat is een feit. Je kiest je erfgoed niet, je ontvangt het en het is je taak om het door te geven (zonder het te vergooien). Het is aan ons - ik bedoel de maatschappij als geheel - om dit erfgoed te laten groeien, het te diversifiëren, er andere elementen in te integreren, want de objecten die we vandaag bewonderen zullen morgen tot het verleden behoren...

Vandaag levert het KIK al analyses en expertise over platen van Hergé, marionetten zoals die van Toone en historische trams; en er zijn nog wel meer voorbeelden te vinden die veel minder media-aandacht krijgen dan een project als het Lam Gods. Maar bij mijn eerste contact met mijn studenten conservatie-restauratie zijn dit de voorbeelden die ik kies - of de restauratie van de celluloidplaten van de eerste tekenfilm van Disney, de beeldhouwwerken van Restoroute in de VS of het shirt van een Canadese hockeyster (om voorbeelden te gebruiken van internationale onderzoekscentra die getuigen van deze ontwikkeling). Het is op basis van deze speciale gevallen dat het conservatie- en restauratieonderzoek zich nu ontwikkelt, of het nu gaat om de materialiteit of de publieke betekenis van dergelijke objecten.

Wat kan er gedaan worden om het publiek ervan bewust te maken dat zij de belangrijkste begunstigden van erfgoed zijn en dat zij daarom een rol moeten spelen in het bepalen welke objecten de status van erfgoed kunnen krijgen en soms ook in het bewaren en doorgeven ervan?

Dit is een interessante vraag, waarbij het tweede deel over veel meer gaat dan de rol van culturele bemiddeling. Hoe kunnen we een vorm van empathie bij het publiek stimuleren, een 'emotionele' interesse en een verlangen om het erfgoed te beschermen, via het belichten van objecten die 'gewond' zijn geraakt, gemanipuleerd of gewijzigd en soms 'gemarteld' (aanslagen, oorlogen, natuurrampen)? Naar mijn mening heeft een aangetast erfgoedobject een bijzonder agentschap: het manifesteert het verstrijken van de tijd, de eindigheid van dingen, hun kwetsbaarheid en, in reactie daarop, de strijd om niet onherroepelijk te verliezen wat ons dierbaar is.

Ik denk bijvoorbeeld aan de internationale solidariteit van de "Engelen van de modder", de vrijwilligers die van over de hele wereld kwamen om de kunstschatten van Firenze te redden tijdens de overstromingen van 1966, of aan de betrokkenheid van de bevolking van Kathmandu tijdens de aardbeving van 2015. Het was ICCROM dat de reddingscampagne ondersteunde en in zeer korte tijd lokale hulp ter plaatse opleidde. Dichter bij huis, tijdens de overstromingen in 2021, hielpen burgers om te redden wat er te redden viel: van eeuwenoude liturgische gewaden tot een populair poppentheater, van archieven tot museumcollecties.

Moeten we wachten op een ramp vooraleer een erfgoedobject zijn agentschap onthult? Ik denk van niet. Preventie vereist bewustmaking, en bewustmaking moet gericht zijn op het betrekken van het publiek. Tijdens de opendeurdagen heeft de Cel preventieve conservatie bijvoorbeeld een reeks activiteiten opgezet met verschillende sensibiliseringsmiddelen. De creatie van een museumdepot in LEGO bood de kans om aan zowel professionelen als gewone bezoekers uit te leggen waarom en hoe deze depots moeten worden ingericht en hoe er volgens bepaalde regels moet worden gewerkt, wat de risico's zijn en welke praktische maatregelen er moeten worden genomen om de kunstwerken in zulke depots te beschermen. De grote risico's werden uitgelegd door een landschappelijke omgeving na te bouwen op de maquette: de nabijheid van een vulkaan, een snelweg, een rivier, enzovoort. De demonstratie aan de hand van de legomaquette maakte een discussie met het publiek mogelijk en hielp hen ons werk op het gebied van onder andere veiligheid, klimaat en dissociatie beter te visualiseren. Het KIK denkt erover om deze ludieke initiatieven verder te ontwikkelen, te diversifiëren en te exporteren om het publiek meer te betrekken bij het proces van reflectie en, in termen van preventieve conservatie, actie.

Het publiek meer betrekken bij de keuze van wat we conserveren of restaureren, is ook het doel van de Erfgoed Challenge, die in 2021 werd gelanceerd. Vergeleken met de eerste editie zagen we in 2022 een groeiende belangstelling - meetbaar in statistieken en stemmen. Persoonlijk, en als lid van de Commissie, vind ik dat de formule nog verbeterd kan worden. De erfgoedobjecten die in aanmerking komen voor de stemronde worden maar al te vaak top-down in plaats van bottom-up geselecteerd. Het zijn de experts, de historici en kunsthistorici, die wijzen op het belang van deze of gene kunstschat; niet de gewone bevolking, die slechts wordt uitgenodigd om te kiezen tussen de objecten die aan haar worden voorgelegd. Naar mijn mening zou het KIK kunnen en moeten nadenken over nog meer manieren om een breder publiek te betrekken. Ook hier rijst de vraag hoe we dat dan best aanpakken, en het denkproces is in volle gang.

Ik ben ervan overtuigd dat we door vragen te stellen over maatschappelijk nut, in relatie tot verschillende soorten erfgoed, banden kunnen smeden met ons publiek, dat vaak divers en heterogeen is. Om dit te kunnen doen, zullen we ons scala aan vaardigheden moeten verbreden en ongetwijfeld onze expertise moeten aanvullen met de impliciete kennis van het publiek. Op welke manier? Dat moet nog worden bekeken en de zoektocht naar de beste methodologie is lopende. Veel collega's in het KIK vinden het een spannende en bijzonder boeiende uitdaging.

Verschillende generaties hebben verschillende prioriteiten als het om erfgoed erfgoed gaat. Het publiek verandert. Met 184 nationaliteiten is Brussel na Dubai de meest kosmopolitische stad ter wereld. Van de 1,2 miljoen inwoners is meer dan de helft in het buitenland geboren. Ook kleinere steden, zoals Verviers, ondergaan grote demografische en sociologische veranderingen. Maakt dit de keuzes op het gebied van beheer van erfgoed ingewikkelder?

Inderdaad. Wat gisteren waarde had, heeft vandaag niet langer datzelfde gewicht. Wat gisteren betekenis had, heeft vandaag niet noodzakelijk dezelfde betekenis. Een voorbeeld: eeuwenlang werden er heel weinig werken van vrouwen getoond in musea. Vandaag beseft het publiek dat dit niet te maken had met de kwaliteit van hun werk, maar met een machtsverhouding. Dit geldt natuurlijk ook voor andere domeinen.

De huidige problematieken zijn een buitengewone kans om ons erfgoedverleden in vraag te stellen, om de vinger te leggen op onze culturele conditioneringen, onze mentale denkbeelden, en vooral om de veranderlijke kant ervan te benadrukken - evoluerend en potentieel progressief. Dit veronderstelt de bereidheid om uit te wisselen, om te discussiëren, een cultuur van respectvol debat, ook al lijkt deze soms voor onze af te brokkelen. De vraag rijst bijvoorbeeld bij de vele koloniale standbeelden in Brussel. Of het voorbeeld van de buste van Roger Nols in Schaarbeek. Kunnen handelingen van conservatie en restauratie een politieke en sociale inhoud krijgen? Het antwoord is duidelijk ja, en dit is een goed voorbeeld.

Onze benadering van etnografische objecten evolueert ook: naast de gevoelige kwestie van hun herkomst en hun soms gewelddadige geschiedenis, worden we vaak geconfronteerd met een gebrek aan kennis over de materialiteit, technieken, betekenis en functie van dergelijke objecten. Als het tentoonstellen van zulke voorwerpen soms al problematisch is, dan is de conservatie of restauratie dat zeker. Dat gaf collega Griet Kockelkoren ook aan tijdens de behandeling van een zuiderse hoofdtooi in het bezit van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis. In dergelijke gevallen is het aangewezen om onze werkwijzen aan te passen door de belanghebbenden erbij te betrekken en ons zelfs aan te passen aan hén. Dat is bijvoorbeeld onlangs gebeurd in het Musée du Quai Branly, waar een traditionele tamboer gedesacraliseerd werd tijdens een rituele ceremonie van de Bidjan-stam, zodat het gerestaureerd kon worden door handen van buiten hun cultuur.

Zijn er specifieke moeilijkheden bij de inachtneming van belanghebbenden?

Ja, sommige kwesties zijn delicaat om aan te pakken, en nog delicater om over te beslissen. Het Bethlehem in Verviers, een door de overstromingen getroffen poppentheater, is een interessant voorbeeld. Al generaties lang nemen alle inwoners van Verviers deel aan deze populaire voorstelling, die ook een religieus aspect heeft. In de afgelopen jaren bezochten kinderen van verschillende achtergronden, ook geloofsachtergronden, het theater met hun klas. Tijdens de discussies over de restauratie van de poppen opperden mensen die betrokken zijn bij het beheer het idee om het theater aan te vullen, zodat het beter zou aansluiten bij de culturele, sociale, religieuze of demografische diversiteit van het Verviers van vandaag.

Dit idee om een erfgoedobject te moderniseren deed aanvankelijk de wenkbrauwen fronsen bij de experts en vooral bij de restaurateurs, maar niet bij allemaal. Er moet worden opgemerkt dat dergelijke actualiseringen al lang worden toegepast in het Toone-theater en in het Tchantchès-theater in Luik. Het feit dat het Bethlehem van Verviers sinds 1862 in een museum bewaard wordt, heeft bijgedragen tot de verankering ervan, maar Françoise Lempereur, met wie we samenwerken rond immaterieel erfgoed, wees ons op de specifieke kenmerken van 'authentiek' levend erfgoed. Deze uitwisselingen en discussies zetten ons aan tot nadenken en misschien tot het herzien van onze werkwijze.

We moeten aanvaarden dat mensen het recht hebben om zelf te bepalen wat erfgoed is en wat ze aan hun kinderen willen doorgeven. We werken niet voor kunstwerken, we werken voor mensen. Als academici, kunsthistorici, conservators en restaurators hebben we te lang voor hen bepaald wat 'goed', 'mooi' en 'nuttig' is. Het publiek en de betrokkenen hebben recht op inspraak en zelfs het recht om beslissingen te nemen, op voorwaarde dat ze goed geïnformeerd zijn. Hier is een belangrijke rol voor ons weggelegd: uitleggen wat de principes van conservatie zijn, aan welke risico's de objecten zijn blootgesteld en wat wel en niet haalbaar is als zij, net als wij, willen dat het Bethlehem van Verviers wordt doorgegeven aan toekomstige generaties.

Conservatie, zoals Salvador Muños-Viñas zegt, wordt een kwestie van onderhandelen. Het is een intersubjectief proces. Bij zulke discussies komt al snel de kwestie van waarden naar voren. Als we er voor zorgen dat mensen kunnen verwoorden waarom dingen voor hen betekenis hebben (we bevinden ons heel vaak in het emotionele register), kan er een respectvolle dialoog ontstaan en wordt de kwestie van het erfgoed een uiting van sociale verbondenheid. Oplossingen komen voort uit gezamenlijke reflectie, en over het algemeen zijn dit participatieve oplossingen, waarin mensen op een natuurlijke manier hun vaardigheden en kennis een plaats kunnen geven.

Het is door zulke ervaringen dat de objecten uit het verleden een rol gaan spelen in het heden en dat de initiatieven die bijdragen tot hun conservatie, restauratie en overdracht hun sociale waarde aanschouwelijk maken. Erfgoed wordt door sommigen gezien als een kerkhof van dode voorwerpen. We moeten samenwerken om deze kijk op de zaken te veranderen en te laten zien dat erfgoed lééft en versterkend is voor de samenleving. Ik geloof dat we in staat zijn om deze uitdaging aan te gaan, met de medewerking van een publiek dat beseft hoe belangrijk zijn rol in dit alles is.

Meer nieuws van het KIK

Christus Met Doornenkroon Tijdens Restauratie

Dieric en Albrecht Bouts doorgrond in 'Atelier Bouts'

16.02.2024

Van 16 februari tot 28 april 2024 ontdek je in M - Museum Leuven hoe de schilder Dieric Bouts in de 15de eeuw precies te werk ging. Aan de hand van zes kunstwerken worden zes verschillende wetenschappelijke onderzoekstechnieken getoond. De inbreng van de expertise van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium was daarbij cruciaal.

Lees meer
Kapel volledig

Volgende restauratiefase breekt aan voor de Rubenskapel

12.02.2024

In de Sint-Jacobskerk in Antwerpen begon vorige week de conservatie-restauratie van de stenen monumenten in de Rubenskapel. De kapel is de laatste rustplaats van Pieter Paul Rubens (1577-1640). Het interieur, dat bestaat uit prachtige kunstschatten, won in 2021 de eerste editie van de Erfgoed Challenge. Dankzij die winst is het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) sinds 2022 bezig met de conservatie-restauratie ervan. Nu zijn dus de stenen elementen aan de beurt.

Lees meer