Ga verder naar de inhoud

Sacramentstoren in Aalst: restauratie onthult unieke grisailleschildering

De toeschrijving van de toren met zijn tientallen beelden aan Hiëronymus Duquesnoy de Oudere is op zich al bijzonder: het is een van slechts enkele overgebleven kunstwerken die zeker van de hand zijn van de beroemde beeldhouwer van Manneken Pis. Maar de conservator-restaurateurs stootten op een nog grotere verrassing: onder de verschillende lagen witte verf waarmee de beelden achtereenvolgens waren overschilderd, ontdekten ze dat ze oorspronkelijk versierd waren met een semi-grisailletechniek. Een unicum in de kunstwetenschap.

Opdrachtgever

Sint-Martinuskerk, Aalst

Periode
2017 - 2021
Partners
Perspectiv architecten (Isolde Verhulst)
Meer weten?
Camille De Clercq, conservator-restaurateur
Toon email
Afbeelding3

Aanleiding: restauratie van het sacramentshuis

Bij de start van de restauratiewerken aan de Sint-Martinuskerk in Aalst kon de behandeling van het acht meter hoge, rijk versierde sacramentshuis niet ontbreken. Het monument uit 1604 bestaat uit drie torens en is versierd met een honderdtal beeldhouwwerken. Het imposante werk is van de hand van Hiëronymus Du Quesnoy de Oude, hofbeeldhouwer van de Aartshertogen Albrecht VII van Oostenrijk en Isabella van Spanje en ontwerper van Manneken Pis. Het monument is een eucharistische toren, de plek waar nu nog steeds de geconsacreerde hosties worden bewaard.

Het Atelier steensculptuur van het KIK werd gevraagd om de toren, die zowel uit waardevol natuursteen (marmers, albast) als uit geschilderde natuurstenen beelden bestaat, een conservatiebehandeling te geven. Eerst werd een reinigingsprotocol uitgewerkt op maat van alle verschillende materialen. Vervolgens werd het monumentale kunstwerk gereinigd, werden afgebroken stukken verlijmd en kreeg het dankzij retouches opnieuw een harmonieus uitzicht.

Afbeelding7

Polychromieonderzoek

Omdat de polychromie tijdens het vooronderzoek nauwelijks was bestudeerd, kreeg het KIK groen licht om dit verder uit te diepen. Het 30-tal dwarsdoorsnedes van de opeenvolgende verflagen op de verschillende onderdelen van de toren bleken geen enkele overeenkomst met elkaar te tonen: de oudste oorspronkelijke laag had op elk staaltje een ander grijswaarde. En dat terwijl men er van uitging dat de beelden altijd monochroom wit waren geschilderd! Daarop ging conservator-restaurateur Camille De Clercq, gespecialiseerd in het onderzoek van polychromie op stenen beeldhouwwerk, aan de slag met scalpel en loupebril. Ze maakte een aantal stratigrafische vensters en haalde de witte overschilderingen van een aantal beelden voorzichtig weg. Zo werd de originele polychromie terug zichtbaar en kon haar kwaliteit grondig worden geëvalueerd.

Wat bleek? Onder de talrijke, witte verflagen waren de kalkstenen beelden en architecturale onderdelen beschilderd in een semi-grisailletechniek. De albasten reliëfs tussen de verschillende verdiepingen van het sacramentshuis waren oorspronkelijk niet beschilderd. Albast werd immers, net als marmer, beschouwd als een edel materiaal. De reliëfs waren wel deels verguld met bladgoud om lichtaccenten te creëren.

Een unieke semi-grisaille

Bij grisaille maakt een schilder gebruik van vele tinten grijs om vormen te accentueren met subtiele schaduwpartijen. Omdat op de Aalsterse sacramentstoren enkel kleuraccenten zijn aangebracht in de huidpartijen, lippen, wangen en ogen, spreken we hier van een semi-grisaille. De fijne olieschildering werd rechtstreeks, zonder preparatie aangebracht op de kalksteen.

Semi-grisaille werd sinds de 14de eeuw vaak gebruikt op glasramen, miniaturen, muurschilderingen en schilderijen op doek en paneel, maar de toepassing van de techniek op beeldhouwwerken werd nooit eerder aangetoond. In de beeldhouwkunst verwacht men die techniek niet omdat de 3d-modellen op natuurlijke wijze een licht- en schaduwspel creëren. In Aalst geeft de semi-grisaille de natuurlijke lichtwerking extra diepte waardoor zelfs de kleinere beelden op de bovenste torenverdiepingen perfect leesbaar zijn. Deze geraffineerde grisaillepolychromie is een absoluut unicum. In kerkrekeningen werd bovendien de kunstenaar geïdentificeerd: de tot nu toe onbekende schilder Jan Van Benthem.

Afbeelding8

Vrijleggen met scalpel en loupebril

Het blootleggen van de originele beschildering is bijzonder tijdrovend. De beste manier om ze zonder schade vrij te leggen is immers met een fijn scalpel en loupebril (vergroting x10). Die ingreep kan enkel worden uitgevoerd door ervaren restaurateurs gespecialiseerd in gepolychromeerde beeldhouwkunst op steen, en zou vele jaren in beslag nemen.. Daarom besloot het KIK in samenspraak met de kerkfabriek om enkel de zone rondom het sacrarium aan de zuidkant bloot te leggen. Zo kan de toeschouwer zich toch een beeld vormen van hoe het bouwwerk er ooit uitzag.

Dit project kwam tot stand met de genereuze steun van de Koning Boudewijnstichting.

Camille De Clercq, conservator-restaurateur

Meewerken aan het erfgoedonderzoek van morgen?

Erfgoed is van iedereen. Samen zorgen we ervoor dat ook de volgende generaties ervan kunnen genieten.